Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 16 november 2021
[appellant]
Waar deze zaak over gaat
Procesverloop in hoger beroep
Feiten
Procedure bij de rechtbank
in conventie, samengevat en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, gevorderd:
in reconventie, na vermeerdering van eis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, gevorderd:
Vorderingen in hoger beroep
Beoordeling van het hoger beroep
grieven 1 en 2zijn in de kern genomen gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat (i) onvoldoende is gesteld en evenmin gebleken dat [appellant] als gevolg van het ongeval (privé of zakelijk) financiële schade heeft geleden, dat (ii) er dus geen aanleiding bestaat om een rekenkundige in te schakelen om het inkomensverlies van [appellant] te becijferen, en dat (iii) om die zelfde reden ook de benoeming van een neuroloog achterwege kan blijven. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
haar medewerking te verlenen aanhet inschakelen van een rekenkundige en een neuroloog. [appellant] heeft niet toegelicht waaruit deze medewerking zou moeten bestaan.
Resultaatberekening in de situatie zonder ongeval)). Dit betekent dat in dit hoger beroep in de kern genomen beoordeeld moet worden of in de periode vanaf eind januari 2015 tot en met 2016 de bedrijfsresultaten van [onderneming 1] (wezenlijk) zijn teruggelopen door de (gestelde) beperkte inzetbaarheid van [appellant] als gevolg van het ongeval.
Grief 3is gericht tegen de afwijzing van de gevorderde verklaring voor recht dat Bovemij de buitengerechtelijke kosten van € 6.465,18 moet betalen. In de toelichting op deze grief is aangevoerd dat de redelijkheid van de buitengerechtelijke kosten niet enkel afhangt van de hoogte daarvan. De redelijke kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid kunnen ook voor vergoeding in aanmerking komen wanneer uiteindelijk niet komt vast te staan dat schade is geleden. (zie o.m. ECLI:NL:HR:2015:586). De tot op heden gedeclareerde verrichtingen betreffen werkzaamheden die voor een schaderegeling niet ongebruikelijk zijn. De gedeclareerde kosten doorstaan de dubbele redelijkheidstoets en dienen door Bovemij te worden vergoed.
voortgang?/opstellen memo/vers.Naar het oordeel van het hof had het gelet op deze gemotiveerde betwisting op de weg van [appellant] gelegen om de door mr. Emre verrichte werkzaamheden ter vaststelling van de schade (aan de hand van de overgelegde zeer summiere specificaties) concreet en feitelijk nader te onderbouwen en toe te lichten. Dit heeft hij niet gedaan. Een nadere toelichting had temeer verwacht mogen worden nu uit de (zeer summiere specificaties) blijkt dat de kosten grotendeels bestaan uit (soms vrijwel dagelijkse) telefoongesprekken en correspondentie. Hierbij dient, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, mede in aanmerking te worden genomen dat het hier een redelijk overzichtelijke zaak betreft.
Grief 4is gericht tegen de proceskostenveroordeling in reconventie. Deze grief faalt en behoeft gelet op het voorgaande geen zelfstandige behandeling. Er is dus ook geen grond voor toewijzing van de vordering tot terugbetaling van de reeds betaalde proceskosten in reconventie ad € 461,--.
Grief 5is gericht tegen de toewijzing van de primaire vordering in conventie van Bovemij en het daaraan ten grondslag gelegde oordeel van de rechtbank dat [appellant] de stellingen van Bovemij onvoldoende heeft betwist. Volgens [appellant] is de rechtbank er aan voorbij gegaan dat aan het slachtoffer geen al te hoge eisen mogen worden gesteld voor wat betreft de bewijslevering. [appellant] is van mening dat hij voor zowel de lichamelijke klachten (medisch) als voor wat betreft zijn financiële schade in ieder geval voldoende heeft gesteld en aangeleverd. Hij verwijst daarbij naar hetgeen is aangevoerd in de eerste aanleg en de grieven 1 en 2.
Grief 6is gericht tegen de proceskostenveroordeling in conventie. Ook deze grief faalt en behoeft geen zelfstandige behandeling. Ook hier is er geen grond voor toewijzing van de vordering tot terugbetaling van de reeds betaalde proceskosten ad € 1.632,21.