ECLI:NL:GHDHA:2021:2359
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij belastingaanslagen 2014 en 2017
Belanghebbende was het niet eens met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2014 en 2017, waarin zij periodieke giften had opgevoerd die bestonden uit ingehouden en afgedragen loonheffing. De Inspecteur weigerde de giftenaftrek en verklaarde de bezwaren ongegrond. De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af, waarbij werd bevestigd dat belastingbetaling geen gift is en daarom niet aftrekbaar.
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het Hof beoordeelde de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de hand van de termijnregels uit de Algemene wet bestuursrecht. Het beroepschrift was echter te laat ontvangen en belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat het tijdig ter post was bezorgd. Ook de stelling van de gemachtigde over gebruikelijke werkwijze en de aanwezigheid van een sticker 'Herstel aan geadresseerde' op de envelop brachten hierin geen verandering.
Daarnaast voerde de echtgenoot van belanghebbende namens haar argumenten aan die de bevoegdheid van het Hof om recht te spreken betwistten, maar deze werden niet onderbouwd en vonden geen steun in het recht. Het Hof verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.