Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 30 november 2021
[appellant] ,
Allianz Benelux N.V.,
Waar het in deze zaak over gaat
Het procesverloop
De feiten
De procedure bij de rechtbank
De beoordeling in hoger beroep
ex aequo et bonouitgegaan kan worden van een stapsgewijze salarisgroei ten opzichte van het voornoemde startsalaris van 5% per jaar tot een maximum van € 255.000,- op jaarbasis, inclusief pensioenopbouw, vakantiegeld, bonussen, en andere variabelen, hetgeen min of meer aansluit bij het salaris in een functie op het niveau van WTW-Grade 17, in enige mate boven 25e percentiel (leiding geven aan een onderneming met tussen de 49 en 240 fte’s in dienst; zie productie 36 van [appellant] ). Het hof tekent hierbij aan dat deze salarisstijging het dubbele bedraagt van de jaarlijkse groei van het salaris dat [appellant] is zijn laatste functie (bij Linde Gas ) verkreeg. De door [appellant] gestelde goede kansen ten aanzien van zijn toekomstige salarisontwikkeling zijn daarmee ruimschoots verdisconteerd.
in de toekomst. Concrete persoonlijke/financiële omstandigheden van een slachtoffer die bestaan ten tijde van de peildatum voor kapitalisatie, kunnen (het ongeval weggedacht) op allerlei manieren nog veranderen in de toekomst, zodat daarmee niet goed rekening kan worden gehouden bij de bepaling van de rekenrente, zonder het reële risico af te zullen doen aan het beginsel van rechtsgelijkheid. Om deze redenen houdt het hof bij het bepalen van de rekenrente dus geen rekening met de door Allianz geopperde (financiële) mogelijkheid, in het persoonlijke geval van [appellant] , om alsnog een eigen woning aan te kopen als “solide belegging” voor de toekomst, of om “met even wat meer risico beduidend hogere rendementen te realiseren”. Daarbij geldt overigens nog dat het niet aan (de verzekeraar van) de veroorzaker van de schade is om voor te schrijven hoe een benadeelde zijn schadevergoeding feitelijk besteedt.