Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 22 december 2021
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Noordwijk , de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
Hof)
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende is eigenaar van een woning en een garagebox, waarvan de WOZ-waarden voor 2019 door de Heffingsambtenaar van de gemeente Noordwijk zijn vastgesteld op respectievelijk €378.000 en €45.000. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarden, waarna de Rechtbank Den Haag het beroep ten aanzien van de woning ongegrond verklaarde en het beroep ten aanzien van de garagebox gegrond verklaarde, waarbij de waarde van de garagebox werd vastgesteld op €35.000.
In hoger beroep betwist belanghebbende de waarde van de woning en stelt zij dat de waarde te hoog is vastgesteld. De Heffingsambtenaar voert incidenteel hoger beroep tegen de uitspraak over de garagebox en verdedigt de vastgestelde waarde. Het hof overweegt dat de Heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld, mede op basis van een waarderapport met vergelijkingsobjecten. Het hof wijst het beroep op betalingsonmacht inzake het griffierecht af wegens gebrek aan financiële gegevens.
Ten aanzien van de garagebox oordeelt het hof anders dan de Rechtbank en acht de ligging in de parkeerkelder niet waarde drukkend. De Heffingsambtenaar heeft ook voor de garagebox de bewijslast voldoende onderbouwd. Het incidentele hoger beroep wordt gegrond verklaard, waardoor de waarde van de garagebox wordt bevestigd op €45.000. Het hof wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de WOZ-waarde van de woning, wijzigt de waarde van de garagebox naar €45.000 en wijst het beroep op betalingsonmacht griffierecht af.