Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 23 februari 2021
[appellant] , handelend onder de naam [handelsnaam] ,
PostNL Pakketten Benelux B.V.,
Het geding
- het procesdossier van de eerste aanleg, waaronder het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 5 november 2019 van de rechtbank Den Haag ;
- de appeldagvaarding van 4 februari 2020;
- het tussenarrest van 24 februari 2020 waarbij een comparitie is bepaald die niet is doorgegaan;
- de memorie van grieven (met producties);
- de memorie van antwoord (met producties).
Beoordeling van het hoger beroep
self billingfacturen. [appellant] heeft niet betwist dat hij de activiteitenrapporten heeft ontvangen en heeft kunnen controleren. Wel heeft hij aangevoerd dat de facturen van PostNL niet gespecificeerd waren. Het hof kan dat betoog niet volgen nu op de eerste (als productie 2 bij memorie van grieven overgelegde) factuur is aangegeven hoeveel stops [appellant] op een bepaalde datum heeft gegeneerd en hoeveel stops [chauffeur] heeft gegenereerd. Gelet op het voorgaande had [appellant] wel degelijk op de hoogte kunnen zijn van het totale aantal stops als hij samen met [chauffeur] reed en de extra vergoeding die hij daarvoor ontving.