ECLI:NL:HR:2022:545
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreffende een door haar betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. De zaak betrof een geschil over de heffing van deze belasting.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de gronden van zijn oordeel nader toe te lichten, omdat de zaak geen vragen bevat die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.