ECLI:NL:GHDHA:2021:384
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering homologatie akkoord in schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende baten
De rechtbank Rotterdam verklaarde de schuldsaneringsregeling van appellant van toepassing en verlengde deze tot juli 2022. De rechtbank weigerde vervolgens de homologatie van een akkoord omdat de baten van de boedel bij voortzetting van de regeling hoger waren dan het akkoordbedrag.
Appellant stelde in hoger beroep dat het aanbod van een familielid en het geld op een beheerrekening niet in aanmerking waren genomen en dat zijn arbeidsmogelijkheden beperkt zijn door psychische klachten. De bewindvoerder betwistte dit en stelde dat appellant een sollicitatieplicht heeft en waarschijnlijk betaald werk zal vinden, waardoor de boedelbaten hoger zullen zijn.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij geen betaald werk meer kan verrichten. Het hof hield geen rekening met het niet-onderbouwde aanbod van een familielid. Gezien de berekeningen overstijgen de baten van de boedel de som van het akkoord aanmerkelijk, waardoor homologatie geweigerd blijft.
Het hof benadrukte het belang van het nakomen van verplichtingen binnen de schuldsaneringsregeling en wees op de mogelijkheid tot medische onderbouwing voor vrijstelling van inspanningsverplichtingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: De homologatie van het akkoord wordt geweigerd omdat de baten van de boedel de som van het akkoord aanmerkelijk te boven gaan.