Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 4 mei 2021 (bij vervroeging)
[appellant],
Koninklijke PostNL B.V.,
Het geding
De beoordeling
11.2 Blijft er tussen Koninklijke PostNL en de Afzender zijnde een consument een geschil bestaan (…), dan kan de voornoemde Afzender dit geschil tegen betaling van het verschuldigde klachtengeld op elektronische wijze of schriftelijk aanhangig maken bij de onafhankelijke Geschillencommissie Post via www.degeschillencommissie.nl respectievelijk, Postbus 90600, 2509LP
’s-Gravenhage. (…)
11.3 Geschillen tussen Koninklijke PostNL en Afzenders, zijnde consumenten, naar aanleiding van deze voorwaarden en de op grond daarvan van toepassing zijnde voorschriften, tarieven en regelingen kunnen bij wijze van bindend advies worden beslecht door de Geschillencommissie Post overeenkomstig haar reglement. Wenst de Afzender geen behandeling van een geschil door de Geschillencommissie Post of kan deze het geschil niet behandelen, dan kan hij het geschil aan de burgerlijke rechter voorleggen.
(…)
Er is al met al geen reden om de klacht gegrond te kunnen verklaren.’
voorbeeldvan een dergelijke verklaring productie G6 overgelegd, dus niet als bewijs dat [appellant] het formulier digitaal heeft ondertekend. In dit verband heeft zij gesteld dat zonder digitale ondertekening het formulier niet kan worden verstuurd. Productie G6 is dus niet van belang voor de beoordeling of [appellant] ermee heeft ingestemd de beslissing aan de Geschillencommissie als bindend advies te accepteren. Artikel 7 lid 2 van Pro het Reglement bepaalt dat het geschil aan de Geschillencommissie dient te worden voorgelegd door middel van een door de Geschillencommissie te verstrekken en door de consument in te vullen vragenformulier. Omdat [appellant] niet heeft betwist dat hij het als productie G5 overgelegde formulier heeft ingevuld en digitaal bij de Geschillencommissie heeft ingediend, is het hof van oordeel dat hij hiermee het geschil bij de Geschillencommissie aanhangig heeft gemaakt en dat [appellant] daardoor het in artikel 11.3 AVP neergelegde aanbod van PostNL heeft aanvaard om het geschil bij wijze van bindend advies te laten beslechten door de Geschillencommissie. Dat [appellant] hiermee heeft ingestemd vindt bovendien steun in de brief van [appellant] van 19 september 2018 aan de Geschillencommissie met als onderwerp ‘aanvulling klacht’ (productie G9), waarin hij op het verweerschrift van PostNL heeft gereageerd en de Geschillencommissie heeft bericht dat hij ‘gezien het vorenstaande onderbouwd met bewijstukken’ ervan uitgaat dat zijn klacht alsnog gegrond wordt verklaard met veroordeling van de tegenpartij in de kosten van het geding. Deze verklaringen en gedragingen van [appellant] kunnen redelijkerwijze niet anders worden begrepen dan dat hij de bevoegdheid van de Geschillencommissie heeft aanvaard om het geschil bij wijze van bindend advies te beslechten.
Grief I: (on)volledig dossier?
bewijsaanbod en proceskosten