Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 24 maart 2021
[X] te [Z] , belanghebbende,
Procesverloop
Vaststaande feiten
Oordeel van de rechtbank
wpd 2017-2018 4,96%”
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn maisonnette en stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld, mede vanwege onvoldoende rekening houden met de VvE-reserve. De Heffingsambtenaar stelde de waarde op €155.000 en onderbouwde dit met een taxatierapport en een matrix met vergelijkingsobjecten uit dezelfde straat.
De Rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof Den Haag bevestigde dit oordeel. Het Hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede doordat met verschillen tussen de woning en vergelijkingsobjecten voldoende rekening was gehouden. De stelling dat alleen verkoopcijfers van woningen met dezelfde inhoud mochten worden gebruikt, werd verworpen.
Ook werd geoordeeld dat de Heffingsambtenaar de VvE-reserve in beroep alsnog had meegenomen, wat niet tot een lagere waarde leidde. Het Hof vond de motivering van de uitspraak op bezwaar deugdelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €155.000 en wijst het hoger beroep en verzoek om proceskostenvergoeding af.