Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan
Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van het appartement gelegen aan een adres te [Z] per 1 januari 2016 vast op €546.000. Belanghebbende maakte bezwaar en kwam in beroep bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Tijdens de zitting op 26 februari 2019 werd het geschil over de juiste waarde van de woning besproken. Het appartement is een monumentaal pand uit 1910, gesplitst in appartementsrechten, met een dakterras en parkeerplaats. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een vergelijkingsmethode aan de hand van vier vergelijkbare appartementen in dezelfde regio.
Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde correct was vastgesteld, mede door de vergelijkbaarheid van het appartement met andere verkochte objecten in het complex. Het argument van belanghebbende voor een hogere waarde werd niet gevolgd, onder meer omdat de monumentale status beperkingen met zich meebrengt en de reserve van de Vereniging van Eigenaren geen onderdeel uitmaakt van de WOZ-waarde.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €546.000 wordt bevestigd.