Uitspraak
Uitspraak van 6 mei 2021
[X] B.V. ( voorheen [X-1] B.V.) te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Naheffingsaanslag, bezwaar en geding in eerste aanleg
Loop van het geding in hoger beroep
Vaststaande feiten
Oordeel van de Rechtbank
voetnoot:Hoge Raad, november 1983, ECLI:NL:HR:1983:AW8771]. Voorts is in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 7 november 2013 [
voetnoot:HvJ EU, 7 november 2013, C-249/12 en C-250/12 (Tulica), ECLI:EU:C:2013:722] bepaald dat omzetbelasting in de verkoopprijs is inbegrepen wanneer partijen een verkoopovereenkomst hebben gesloten zonder dat omzetbelasting ter sprake is gekomen en de leverancier naar nationaal recht de nageheven omzetbelasting niet op de koper kan verhalen.
voetnoot:Hof Amsterdam 5 juli 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX1532]. Met inachtneming van de door [de Inspecteur] toegepaste matiging vanwege wanverhouding, dient de boetebeschikking als volgt te worden verlaagd:
voetnoot:Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, r.o. 3.9.1] .
Omschrijving geschil in hoger beroep en standpunten van partijen
Conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
€ 10.000-
€ 1.083-
€ 7.359-