ECLI:NL:GHDHA:2022:135
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- A. van Dongen
- R.A. Bosman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en afwijzing vergoeding immateriële schade
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning die in 2018 gereedkwam. De WOZ-waarde voor 2019 werd vastgesteld op €598.000. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank, dat eveneens ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag betwist belanghebbende de vastgestelde WOZ-waarde en verzoekt om een verlaging naar €500.000, gebaseerd op de aankoopprijs van de grond en bouwkosten. Het Hof oordeelt dat de Heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is, onderbouwd met een taxatierapport en vergelijkingsmatrix met goed vergelijkbare woningen.
Daarnaast verzocht belanghebbende om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof stelt vast dat de termijn niet is overschreden en wijst dit verzoek af. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €598.000 en wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af.