ECLI:NL:GHDHA:2022:1464
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- H.A.J. Kroon
- A. van Dongen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ambtshalve vermindering belastingaanslagen wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, werkzaam in Luxemburg en als bemanningslid op Nederlandse schepen, verzocht om ambtshalve vermindering van aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en ZVW over 2011 en 2012. De Inspecteur wees deze verzoeken af omdat ze na de wettelijk vastgestelde vijfjaarstermijn waren ingediend.
De Rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, stellende dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. Ook het beroep op Unierecht, evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel faalde. Belanghebbende stelde dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) pas in 2021 akkoord was gegaan met toepassing van Luxemburgs sociaalzekerheidsrecht, maar dit leidde niet tot een verschoonbare termijnoverschrijding.
In hoger beroep bevestigde het Hof deze conclusies. Het oordeelde dat de verzoeken te laat waren ingediend en dat belanghebbende onvoldoende had gemotiveerd waarom hij niet eerder een verzoek had ingediend of bezwaar had gemaakt tegen eerdere afwijzingen. Ook het beroep op gelijke gevallen faalde wegens gebrek aan vergelijkbaarheid. Het Hof wees het hoger beroep af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verzoeken om ambtshalve vermindering worden afgewezen wegens te late indiening.