De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de rechtbankbeschikking die haar ouderlijk gezag over haar minderjarige kind heeft beëindigd en de gecertificeerde instelling tot voogd heeft benoemd. De moeder stelt dat zij inmiddels stabiel is en weer in staat is voor haar kind te zorgen, en verzoekt tevens om een contra-expertise.
Het hof overweegt dat de minderjarige sinds 2015 in een pleeggezin verblijft en daar is opgegroeid. Ondanks positieve ontwikkelingen bij de moeder, zijn de zorgen over haar psychische stabiliteit niet voldoende weggenomen. Er is geen recente informatie over haar toestand, mede doordat de moeder geen toestemming geeft voor het delen van medische gegevens. Het contact tussen moeder en kind is sinds februari 2022 gestopt na een incident.
Het hof concludeert dat de moeder niet binnen een aanvaardbare termijn de zorg kan hervatten en dat het belang van de minderjarige bij continuering van de pleegzorg prevaleert. Het verzoek tot contra-expertise wordt afgewezen omdat een nieuw onderzoek het belang van het kind zou schaden. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd.