Belanghebbende maakte bezwaar tegen de BIZ-bijdrage Winkelboulevard Zuid 2018 en stelde dat de verordening onverbindend is wegens gebreken in de procedure, zoals het niet ontvangen van stembiljetten, onjuiste telling van stemmen en vermeende fraude. De Rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof Den Haag bevestigt deze uitspraak.
Het Hof analyseerde de feiten, waaronder de draagvlakmeting waarbij 64% van de stemgerechtigden deelnam en 80% vóór de BIZ stemde. Ondanks klachten over het niet ontvangen van stembiljetten en vermeende onregelmatigheden, concludeerde het Hof dat deze niet voldoende onderbouwd waren en dat de procedure in overeenstemming met de Wet op de bedrijveninvesteringszones was gevolgd.
De Stichting BIZ-eigenaren Winkelboulevard Zuid had een uitgebreid BIZ-plan en uitvoeringsovereenkomst opgesteld, waarin de activiteiten en begroting voor 2018-2022 waren vastgelegd. Het Hof oordeelde dat de wettelijke vereisten, waaronder de draagvlakmeting en de bestemming van de BIZ-subsidie, waren nageleefd.
Belanghebbende voerde ook aan dat de begroting en het activiteitenplan niet waren overgelegd, maar het Hof wees dit af omdat deze documenten in het geding waren en voldeden aan de wettelijke eisen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag en verordening blijven van kracht.