Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
1.Het verdere verloop van het geding
2.De verdere beoordeling van het hoger beroep
- i) [appellante] is de moedervennootschap van USA. USA is de huurder van een terminal die aan EMA, de verhuurder, toebehoort. USA heeft een huurachterstand.
- ii) Van [geïntimeerde] huurt USA heftrucks. Ook aan [geïntimeerde] is USA nog huur verschuldigd.
- iii) USA had overeenkomsten van onderverhuur afgesloten met diverse onderhuurders, waaronder CBOX (de vennootschap van [junior]). Zij ontving huurpenningen van de onderhuurders.
- iv) [appellante] is de moedervennootschap van EMA geweest, maar EMA is inmiddels al weer geruime tijd (grotendeels) in handen van DWR. DWR behoort tot het [geïntimeerde]-concern.
2.I. Verplichtingen USA aan EMA
€ X,XX mln.USA en EMA verlenen elkaar finale kwijting van alle kosten, vorderingen, nota’s en creditnota’s etc die betrekking hebben op de periode tot en met 31 december 2017.”