ECLI:NL:GHDHA:2022:1959
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens parkeren ondanks twijfel over kenbaarheid betaald parkeren
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd wegens het niet voldoen van parkeerbelasting op een locatie in Den Haag. Hij voerde aan dat de borden die betaald parkeren aangeven onvoldoende zichtbaar waren en dat hij slechts kort had stilgestaan om zijn kleinkinderen bij een speelhal af te zetten.
De Rechtbank oordeelde dat de kenbaarheid van het betaald parkeren voldoende was, mede door aanwezige zone- en herhalingsborden op de route van belanghebbende, en dat het stilzetten van de auto niet viel onder het onmiddellijk uitstappen zoals bedoeld in de Verordening parkeerbelastingen 2008. Belanghebbende was tweemaal uitgestapt en had de auto ongeveer vijf minuten stilgezet.
Het Hof bevestigde deze beoordeling en overwoog dat het begrip 'onmiddellijk uitstappen' beperkt is tot het feitelijke uit- en instappen in de directe nabijheid van de auto. Het begeleiden van passagiers naar de bestemming en teruglopen naar de auto valt hier niet onder. Ook het enkele feit dat de parkeerautomaat niet zichtbaar was door begroeiing doet niet af aan de kenbaarheid van het parkeerregime.
De naheffingsaanslag is daarmee terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard. Er is geen sprake van onzorgvuldig handelen door de Heffingsambtenaar en de hardheidsclausule is niet van toepassing op de rechter.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.