Belanghebbende kreeg op 23 januari 2016 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat haar auto zonder geldig parkeerbewijs stond op een locatie in Amsterdam. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het Hof oordeelde dat de parkeerborden en automaten op de route voldoende kenbaar maakten dat het een betaald parkeergebied betrof en dat belanghebbende de onderzoeksplicht had om zich hiervan op de hoogte te stellen. Het feit dat belanghebbende noch zijzelf noch haar gemachtigde bij de zitting verschenen, deed hieraan niet af.
Verder stelde het Hof vast dat de auto van belanghebbende om 11:15 uur op de locatie stond en dat er geen feiten waren aangevoerd die het ontbreken van parkeren konden aantonen. Ook de kosten van € 47,80 voor het opleggen van de naheffingsaanslag waren volgens het Hof binnen de wettelijke grenzen en niet disproportioneel.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.