Uitspraak
Ik ben thuis. X”. [3]
Ging het goed op de weg?”, waarop de verdachte in een sms-bericht haar heeft geantwoord: “
Best wel. Alleen in de bochten opletten. Tot straks. X”. Om 23:52:45 uur heeft [slachtoffer] een bericht aan de verdachte gestuurd met de tekst: “
Ga mijn jas halen. SMS nog wel als ik echt vertrek.” De verdachte heeft hierover verklaard dat hij dit berichtje gelezen heeft toen hij die avond vlak voor het slapen gaan met [echtgenote verdachte] – met wie hij een buitenechtelijke relatie had - telefoneerde. [4] Het laatste sms-bericht van [slachtoffer] aan de verdachte, luidende “
Vertrek nu” is van 23:57:46 uur. [5]
“Aangezien de tot dusver verrichte opsporingshandelingen in combinatie met de forensisch technische bevindingen onvoldoende hebben geleid tot opheldering van het onderhavige misdrijf, en niet de verwachting bestaat dat door de toepassing van andere cq minder verstrekkende opsporingsbevoegdheden meer helderheid zal worden verkregen, is besloten om via de bijzondere opsporingsbevoegdheid van stelselmatige informatie-inwinning (126j Sv) het opsporingsonderzoek voort te zetten.” [28]
- door zijn toenmalige minnares [echtgenote verdachte] voor het blok was gezet en dat zij hem een ultimatum had gesteld;
- nooit heeft geweten wat dat ultimatum inhield maar dat hij wel begreep waar het ultimatum op sloeg;
- met [slachtoffer] destijds op een feest van de carnavalsvereniging was;
- bewust eerder naar huis was gegaan om zijn schoonvader af te lossen;
- tegen [slachtoffer] had gezegd dat hij moe was;
- de gedachte had eerst het huis te willen prepareren maar daar echter later op terug kwam;
- [slachtoffer] had opgewacht in de tuin;
- een straatklinker had gepakt en [slachtoffer] de hersens had ingeslagen;
- haar vervolgens heeft gewurgd terwijl zij op de grond lag;
- naar binnen is gelopen en de woning heeft geprepareerd omdat het op een inbraak moest lijken;
- de laadjes en deurtje open heeft gezet;
- daarna 112 heeft gebeld met de mededeling dat zijn vriendin in de tuin op de grond lag;
- bij aankomst van GGD en Politie bewust op het lichaam van [slachtoffer] is gesprongen om bewijs en sporen weg te maken.
normaal gesprokeneen sms verstuurt als ze naar huis gaat. [103] De sms van [slachtoffer] met deze boodschap had hij echter rond 00:54 uur nog voorgelezen aan de 112-centralist. Bovendien liet de verdachte een op de plaats delict aanwezige verbalisant een sms op zijn mobiele telefoon zien waarin stond – in de herinnering van deze verbalisant - : “ik kom er nu echt aan” of “ik ga nu echt weg”. Dat bericht zou van 23:52 uur geweest kunnen zijn. [104]