ECLI:NL:GHDHA:2022:2517

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
16 december 2022
Zaaknummer
200.301.334-02
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:15 BWArt. 2:8 BWArt. 5:121 lid 1 BWArt. 5:111d BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-rechtsgeldige besluitvorming in Vereniging van Eigenaars met twee leden door digitale vergaderlocaties

Deze zaak betreft de besluitvorming binnen een Vereniging van Eigenaars (VvE) bestaande uit twee leden, waarbij sprake was van conflicten over de rechtsgeldigheid van digitale vergaderingen. De leden, eigenaar van respectievelijk de boven- en benedenwoning, hielden hun vergaderingen in verschillende digitale omgevingen (Teams en Skype Meet Now). De kantonrechter vernietigde de besluiten genomen tijdens deze vergaderingen vanwege het ontbreken van een gezamenlijk digitaal platform en het ontbreken van instemming van beide leden.

In hoger beroep voerde verzoeker aan dat hij rechtsgeldig had opgeroepen en dat verweerder bewust niet was verschenen, terwijl hij zelf wel aanwezig was met de helft van de stemmen. Het hof oordeelde echter dat de voorzitter (verzoeker) niet zonder overleg de vergadering in een andere digitale omgeving mocht voortzetten, zeker niet gezien de moeizame samenwerking en het belang van redelijkheid en billijkheid binnen de VvE.

De besluiten genomen in de verschillende digitale omgevingen werden vernietigd omdat zij in strijd waren met de redelijkheid en billijkheid jegens verweerder. Ook de daaropvolgende besluiten, voortbouwend op deze ongeldige besluiten, werden vernietigd. Verzoekers tegenverzoeken om vervangende machtigingen werden afgewezen omdat er geen redelijke grond was om zonder geldige besluitvorming deze machtigingen toe te kennen.

Het hof bekrachtigde daarmee de beschikking van de kantonrechter en veroordeelde verzoeker in de proceskosten van het hoger beroep.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vernietiging van de VvE-besluiten wegens ongeldige digitale besluitvorming en veroordeelt verzoeker in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team handel
Zaaknummer hof: 200.301.334/02
Zaaknummers rechtbank: 9182774 RP VERZ 21-50304 en 9094307 RP VERZ 21-50190
Beschikking van 13 december 2022
in de zaak van
[verzoeker],
wonend in [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
advocaat mr. P.H.A. de Boer, kantoorhoudend te Rotterdam,
tegen
[verweerder],
wonend in [woonplaats],
verweerder in hoger beroep,
advocaat mr. M.O. Klaassen, kantoorhoudend te Amsterdam.
Het hof noemt partijen hierna [verzoeker] en [verweerder].

1.De zaak in het kort

1.1
Dit hoger beroep gaat over besluitvorming in een Vereniging van Eigenaars met twee leden, [verzoeker] en [verweerder]. Volgens [verzoeker] is [verweerder] rechtsgeldig opgeroepen voor de VvE-vergaderingen en zijn vervolgens rechtsgeldig besluiten genomen. Volgens [verweerder] niet. Op twee verzoekschriften van [verweerder] heeft de kantonrechter de besluiten bij één beschikking vernietigd. Tegenverzoeken en vorderingen van [verzoeker] wees de kantonrechter niet toe.
1.2
Met deze uitspraak bekrachtigt het hof de beslissing van de kantonrechter.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
  • het op 19 oktober 2021 ter griffie van het hof ingekomen schriftuur van 18 oktober 2021, waarmee [verzoeker] in hoger beroep is gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 23 september 2021 en waarin hij grieven tegen de beschikking heeft geformuleerd, met bijlagen;
  • het verweerschrift in hoger beroep tevens houdende voorwaardelijk incidenteel appel van [verweerder] met (voorwaardelijk) grieven, met bijlagen;
  • het verweerschrift op voorwaardelijk incidenteel appel houdende aanvulling gronden van het principaal appel van [verzoeker];
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 15 april 2022 met daarin een regeling ter beëindiging van een aantal geschilpunten;
  • aantekening dat de zaak (rolnummer 200.301.334/01) ambtshalve is doorgehaald;
  • het verzoek van [verweerder] van 28 juni 2022 tot hervatting van de zaak, omdat de regeling van 15 april 2022 niet wordt nagekomen;
  • de brief van 2 augustus 2022 van [verzoeker], met bijlagen, waarin staat dat de regeling van 15 april 2022 niet wordt nagekomen en dat hij de zaak weer willen opbrengen.
2.2
Hierna is de zaak weer opgebracht (rolnummer 200.301.334/02). Op 2 november 2022 heeft een tweede mondelinge behandeling plaatsgevonden. Ter gelegenheid daarvan heeft [verzoeker] op 18 oktober 2022 stukken overgelegd. Beide partijen hebben de zaak ter zitting mondeling toegelicht.

3.Feitelijke achtergrond

3.1
[adres] [nr.1]/[nr.2] in Scheveningen (gemeente Den Haag) is een perceel met pand dat gesplitst is in twee appartementsrechten. Beide appartementsrechten zijn de helft van de gemeenschap.
3.2
Op 11 juni 1985 werd [verweerder] eigenaar van het appartementsrecht voor de benedenwoning (souterrain met achtertuin en beletage met balkons, nr. [nr.1]). Hij werd vicevoorzitter, penningmeester en administrateur van de Vereniging van Eigenaars [adres] [nr.1]/[nr.2] Scheveningen (hierna: de VvE).
3.3
Op 30 januari 1987 werd [verzoeker] eigenaar van het appartementsrecht voor de bovenwoning (nr. [nr.2]). Hij werd voorzitter, secretaris en plaatsvervangend administrateur van de VvE.
3.4
Volgens de splitsingsakte geldt als reglement in de zin van artikel 5:111d BW het Reglement van splitsing van eigendom van de Koninklijke Broederschap van Notarissen in Nederland dat is vastgesteld bij akte op 22 februari 1973 (hierna: het Reglement).
Dit Reglement bepaalt onder meer
in artikel 32:
1. De vergaderingen van eigenaars worden gehouden op een door de vergadering te bepalen plaats.
(…)
3. Vergaderingen worden voorts gehouden zo dikwijls de administrateur of de voorzitter zulks nodig achten, (…)
(…)
6. De voorzitter, casu quo de plaatsvervangend voorzitter, is belast met de leiding van de vergadering (…). De oproeping ter vergadering vindt plaats met een termijn van ten minste acht vrije dagen en wordt verzonden naar de werkelijke of (…) gekozen woonplaats van de eigenaars; zij bevat de opgave van de punten der agenda alsmede de plaats van de vergadering.
in artikel 35:
Ieder der eigenaars is bevoegd, hetzij in persoon, hetzij bij een schriftelijk gevolmachtigde, de vergadering bij te wonen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen (…)
en in artikel 36:
1. Alle besluiten (…) worden genomen met volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen.
2. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. (…)
3. Met een besluit van de vergadering staat gelijk een voorstel, waarmede alle eigenaars schriftelijk hun instemming hebben betuigd.
3.5
Tot 2019 verzorgden [verweerder] en [verzoeker] ieder het onderhoud aan hun eigen woning, ook aan het gemeenschappelijke gedeelte daarvan (leidingen, gevel, balkons). Dat was alleen anders bij groot onderhoud, zoals werkzaamheden aan het dak in 2014-2017. Vanaf 2019 wilden partijen conform de splitsingsakte het onderhoud gezamenlijk gaan regelen en een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) opstellen.
3.6
[verzoeker] vond dat [verweerder] niet voortvarend genoeg handelde. Hij zond op 22 december 2020 aan de VvE en [verweerder] een aansprakelijkstelling. Deze hield onder meer in:
Als lid van de VvE verlang ik vergoeding van de VvE voor de (extra) schade die ik heb ondervonden door tekortschieten van de VvE, en binnen de VvE in het bijzonder door het bestuurlijk tekortschieten van [verweerder], (mede-) bestuurder van de VvE.
Als de VvE de schade niet erkent, bijvoorbeeld doordat binnen de VvE de stemmen staken, dan stel ik hoe dan ook [verweerder] als falend bestuurder voor de (extra) schade aansprakelijk.
De aansprakelijkstelling noemde onder andere het niet, vanaf 2008, inschrijven van [verweerder] als bestuurder bij de Kamer van Koophandel, daklekkages vanaf 2007, pas in november 2020 een concept-MJOP aanvragen, pas in augustus 2019 een gezamenlijke bankrekening voor de VvE krijgen, het zonder zekerheid toezeggen van eigen financiële middelen voor de nieuwe dakdekking, onbereikbaar zijn voor overleg in juni, juli en augustus 2020 en geen tijd hebben om wekelijks bij te praten. Ook houtrot en een kwestie rond de erfafscheiding met de buurman, [X] werden genoemd.
3.7
Daarna liet [verweerder] zich tijdens de VvE-vergaderingen bijstaan door zijn advocaat (hierna te noemen: de advocate).
3.8
Op 4 en 25 januari 2021 was er een VvE-vergadering. Op 25 januari 2021 zijn niet alle agendapunten behandeld. De volgende vergadering werd gepland op 1 februari, met als agenda het “
afmaken van de huidige concept-agenda” en [verzoeker] zou de uitnodiging sturen “
Denkelijk via Teams maar mogelijk via Skype”.
3.9
Daarna verzond [verzoeker] e-mails met bijlagen aan [verweerder]. De advocate berichtte dat de vergadering van 1 februari 2021 geen doorgang kon vinden en stelde (namens [verweerder]) 15 februari 2021 als vergaderdatum voor. Daarop spraken partijen af om op 4 februari 2021 te vergaderen in aanwezigheid van ambtenaren van de VvE-balie van de Gemeente Den Haag (hierna: de VvE-balie) die een bemiddelende rol zouden hebben.
3.1
Op de vergadering van 4 februari 2021 waren [verzoeker], [verweerder], de advocate en twee ambtenaren van de VvE-balie aanwezig. Toen is ten aanzien van het schilderwerk aan de balkons besloten om tot een nul-beurt te komen door de balkons eerst in dezelfde staat van onderhoud te brengen, waarbij [verweerder] de kosten voor de balkons aan de benedenwoning en [verzoeker] die aan de bovenwoning zou dragen. In het door [verzoeker] opgestelde verslag van deze vergadering staat onder meer:
Volgende vergadering: 15 februari, 10:30 – 11:30 uur
Agenda: Afmaken van de agenda van 25 januari. Wat hierboven is besloten omtrent punten 6 en 7 (onderhoud en kostenverdeling) kan wel weer terugkomen voor nadere details.
(geen nieuwe punten en geen punten die zijn doorgeschoven naar de volgende vergadering na 15 februari.)
[verzoeker][hof: [verzoeker]]
stuurt de uitnodiging via Skype Meet Now.
(…)”
3.11
Onder meer (ook) de aansprakelijkstelling zou besproken worden in de VvE-vergadering met de VvE-balie die gepland stond voor 15 februari 2021.
3.12
Op 12 februari 2021 schreef [verzoeker] aan [verweerder] dat de aanwezigheid van de VvE-balie bij de vergadering niet meer gewenst was. [verweerder] en zijn advocate namen hiervan pas 15 februari 2021 kennis.
3.13
Op 12 februari 2021 stuurde de VvE-balie een vergader-link voor de VvE-vergadering in de online omgeving van Teams.
3.14
Kort voor de vergadering van 15 februari 2021 stuurde [verzoeker] een vergader-link voor de VvE-vergadering in de online omgeving van Skype Meet Now.
3.15
Op 15 februari 2021 vond de VvE-vergadering plaats met [verzoeker] als voorzitter. In het door [verzoeker] opgestelde verslag van deze vergadering staat onder meer het volgende:
“De voorzitter der vergadering constateert dat [verzoeker][hof: [verzoeker]]
en [de advocate][hof: de advocate]
aanwezig zijn. Hij vraagt [de advocate] of [verweerder][hof: [verweerder]]
komt. Zij belt met hem. Het blijkt dat [verweerder] in een vergadering zit met de VVE-Balie. De voorzitter meldt dat de uitnodiging voor deze bijeenkomst is uitgegaan vanuit de VvE door hem, zoals gemeld in de uitnodiging van 7 februari (8 dagen vooraf, en sowieso langer omdat de afspraak is gemaakt op de bijeenkomst van 4 februari). [de advocate] bestrijdt dit. Zij stelt dat de andere vergadering met de link van de VvE-Balie rechtsgeldig is, kondigt aan te vertrekken naar de andere vergadering en verzoekt [verzoeker] om mee te komen. [verzoeker] geeft aan dat de uitnodiging die hij deed rechtsgeldig is, en dat hij de aanwezigheid van de VVE-Balie voor de huidige bijeenkomst onwenselijk vindt wegens teveel misverstanden. (De VVE-Balie kent de stukken blijkbaar niet.) Hij stelt aan [de advocate]: “Als je vertrekt, dan vertrek je.” Zij vertrekt.De voorzitter stelt vast dat zowel [verweerder] als diens gevolmachtigde [de advocate] vanaf dit punt in de vergadering niet langer aanwezig zijn.
Door de aanwezigheid van lid [verzoeker], met 50% van het maximaal aantal stemmen, is voldaan aan het criterium dat minstens de helft aanwezig dient te zijn om geldige besluiten te kunnen nemen op die terreinen waarvoor geen groter quorum is vereist.”
Vervolgens zijn twaalf besluiten genomen. Deze betreffen onder meer (offertes voor) de nulbeurt, de balkongrens van de boven- en benedenwoning, de tuinmuur, een in de tuin te plaatsten steunpaal, gevelwerkzaamheden, juridische stappen inzake de erfafscheiding met [X], lekkageschade door loden waterleiding, de opstalverzekering, diverse betalingsverplichtingen en (financiële) reserveringen, een schadevergoedingsverplichting voor [verweerder] ten behoeve van [verzoeker] en de acceptatie van de aansprakelijkstelling van [verweerder]. Ook werd [verzoeker] als voorzitter van de VvE gemachtigd om een vervangende machtiging voor [verweerder] te krijgen en om op kosten van [verweerder] in naam van de VvE een jurist aan te stellen.
Op 15 februari 2021 riep [verzoeker] [verweerder] per e-mail op voor de (digitale) vergadering op 24 februari 2021.
3.16
Op 18 februari 2021 e-mailde de advocate aan [verzoeker] (onder meer) dat de besluiten die op 15 februari 2021 waren genomen nietig of vernietigbaar zijn, omdat [verweerder] niet had ingestemd met een digitale vergadering, althans niet in de door [verzoeker] bepaalde online omgeving, terwijl beide eigenaren daarmee moeten instemmen. Bovendien achtte zij het in strijd met de redelijkheid en billijkheid om de VvE-vergadering met besluitneming voort te zetten zonder dit in de andere online omgeving mede te delen, terwijl [verzoeker] wist dat [verweerder] in die andere onlineomgeving aanwezig was. Zij sommeerde [verzoeker] om geen gevolg aan de besluiten te geven en om de VvE-vergaderingen voortaan op de door het Reglement voorgeschreven wijze (per post) op te roepen.
3.17
Daarop mailde [verzoeker] terug dat de visie van de advocate ondeugdelijk en onhoudbaar is, dat de VvE-vergadering op 24 februari 2021 doorgang zal vinden via Skype Meet Now en dat hij de vergaderlink zal toezenden.
3.18
Op 24 februari 2021 verscheen alleen [verzoeker] op de VvE-vergadering. Toen zijn vijf besluiten genomen, onder meer over het optreden van de voorzitter ([verzoeker]), een machtiging ter vervanging van [verweerder], obstructie door [verweerder] en machtiging aan de voorzitter voor juridische stappen inzake de erfafscheidingskwestie. Op 24 februari 2021 riep [verzoeker] [verweerder] per e-mail op voor een VvE-vergadering op 5 maart 2021.
3.19
Op 3 maart 2021 berichtte [verweerder] dat hij niet naar de vergadering kon komen. Op 5 maart 2021 verscheen alleen [verzoeker] op de VvE-vergadering. Hij constateerde dat [verweerder] en de advocate weer afwezig waren en achtte dat obstructie. Op deze vergadering zijn vier besluiten en ook sub-besluiten genomen. Deze betreffen onder meer de wijze van oproeping voor VvE-vergaderingen, nader onderzoek over de (in)correctheid van wat [verweerder] over bouwkundige informatie heeft gezegd, vaststelling van wangedrag van [verweerder], ontslag van [verweerder] uit een VvE-functie, aansprakelijkstelling van [verweerder] en in gang zetten van een gerechtelijke procedure over ontzegging van het gebruik van privé gedeelten.
3.2
Op 15 maart 2021 verzocht [verweerder] aan de kantonrechter om de door [verzoeker] op 15 en 24 februari en 5 maart 2021 genomen besluiten te vernietigen (het eerste vernietigingsverzoek, zie hierna onder 4).
3.21
Ondertussen had [verzoeker] [verweerder] opgeroepen voor een VvE-vergadering op 15 maart 2021. De advocate is namens [verweerder] op die vergadering verschenen en heeft verteld dat [verweerder] eerst de besluiten van de afgelopen drie vergaderingen van tafel wil hebben en daarna wil kijken of het mogelijk is om verder te gaan. Op deze vergadering zijn geen besluiten genomen.
3.22
Vervolgens vond op 22 maart 2021 een VvE-jaarvergadering plaats waartoe [verzoeker] [verweerder] had opgeroepen. Deze vergadering duurde van 9.00 uur tot ongeveer 18:48 uur. [verweerder] werd vertegenwoordigd door zijn advocate; zij vertelde desgevraagd dat [verweerder] afwezig was omdat hij moest werken. De advocate stemde namens [verweerder] tegen het plan om het bestuur te machtigen om per onderwerp of via de begroting beleid uit te voeren, tegen de indexering van de in het modelreglement en splitsingsakte opgenomen bedragen en tegen de vaststelling van de jaarrekening. Nadat zij geen inhoudelijke argumenten voor een tegenstem gaf, kreeg zij een waarschuwing. Nadat zij [verzoeker] onderbrak in zijn uitleg waarom haar gedrag obstructie was, kreeg zij een tweede waarschuwing. Haar is toen verteld dat zij bij een derde keer uit de vergadering zou worden verwijderd. Nadat de advocate een tegenstem over de jaarrekening uitbracht zonder dat de jaarrekening in stemming was gebracht, meldde de voorzitter dat zij uit de vergadering wordt verwijderd; dat is gebeurd. Om 10.00 uur stemde zij nog per e-mail tegen alle ter stemming voorgelegde besluiten. De voorzitter ([verzoeker]) zette de vergadering voort in aanwezigheid van alleen hemzelf.
3.23
Ook op deze VvE-vergadering van 22 maart 2021 werden besluiten genomen (veelal na stemming, met 100% vóórstemmen bij 50% van de stemgerechtigden), waaronder de vaststelling van de jaarrekening 2020 (inclusief p.m. posten voor aansprakelijkstelling, MJOP en de kwestie [X]), de begroting 2021 (inclusief reserveringen die 15 en 24 februari en 5 maart zijn gedaan), machtiging aan de voorzitter en administrateur om begrote activiteiten uit te voeren, machtiging aan het bestuur tot opstarten van een kort geding tegen [verweerder] en oplegging van boetes aan [verweerder].
3.24
Op 29 maart 2021 hield [verzoeker] de volgende VvE-vergadering. Hierop was hij alleen aanwezig, nadat [verweerder] hem op 25 maart 2021 had bericht niet bij de vergadering aanwezig te kunnen zijn. Ter vergadering zijn een tiental besluiten genomen, waaronder besluiten inzake boetes aan [verweerder] (onder meer voor niet deelnemen aan VvE-vergaderingen, niet volledig voldoen aan informatieverzoeken en gebrek aan respect), toekenning van een financiële vergoeding aan de voorzitter en machtigingen aan de voorzitter en administrateur om uitvoering aan eerder genomen besluiten te blijven geven en om werk te maken van het wangedrag van de advocate.

4.Procedure bij de kantonrechter

4.1
Op 15 maart 2021 verzocht [verweerder] aan de kantonrechter vernietiging van de besluiten die zijn genomen op de VvE-vergaderingen van 15 februari 2021, 24 februari 2021 en 5 maart 2021. Op 16 april 2021 verzocht hij vernietiging van de besluiten die zijn genomen op de VvE-vergaderingen van 22 maart 2021 en 29 maart 2021.
4.2
Bij verweerschrift deed [verzoeker] namens de Vereniging van Eigenaars 39 verzoeken aan de kantonrechter en stelde hij vorderingen tegen [verweerder] in.
4.3
In de bestreden beschikking heeft de kantonrechter de besluiten op de VvE-vergaderingen van 15 februari, 24 februari, 5 maart, 22 maart en 29 maart 2021 vernietigd, de VvE niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen, de verzoeken van de VvE afgewezen en [verzoeker] veroordeeld in de proceskosten.

5.Procedure in hoger beroep

5.1
[verzoeker] is in hoger beroep gekomen omdat hij het niet eens is met de toewijzing van de verzoeken van [verweerder], de afwijzing van de hierna (onder “
Tegenverzoeken” in 6.14) genoemde verzoeken van de VvE en de proceskostenveroordeling van [verzoeker]. Hij wil dat het hof de beschikking van de kantonrechter vernietigt, de verzoeken van [verweerder] afwijst en na te noemen verzoeken van [verzoeker] toewijst, met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten.
5.2
Op de zitting van 15 april 2022 bij het hof hebben partijen geprobeerd deze rechtszaak te beëindigen door met het sluiten van een overeenkomst een aantal geschilpunten te regelen. Later daarna is de zaak opnieuw opgebracht. De procedure is hervat met een mondelinge behandeling. Daarop hebben partijen uitspraak van het hof gevraagd.
5.3
Over nakoming van de op de zitting van 15 april 2022 gesloten overeenkomst zal het hof niets beslissen, want het hoger beroep in deze (verzoekschrift)procedure gaat niet over die overeenkomst.

6.Beoordeling in hoger beroep

Vernietiging van de VvE-besluiten (grieven 1, 2, 3 en 4)

6.1
[verzoeker] voert in hoger beroep aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft vernietigd de besluiten die zijn genomen op de VvE-vergadering van 15 februari 2021, van 24 februari 2021 en 5 maart 2021, van 22 maart 2021 en van 29 maart 2021.
6.2
De eerste twee grieven van [verzoeker] richten zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat er op 15 februari 2021 kennelijk verwarring was over via welk digitaal kanaal de VvE-vergadering van 15 februari 2021 zou plaatsvinden. [verzoeker] wijst op het volgende, kort gezegd. De VvE-balie was niet bevoegd om de VvE-vergadering bijeen te roepen, zodat [verzoeker] reden en recht had om de uitnodiging van de VvE-balie voor de online-omgeving van Teams niet te begrijpen en naast zich neer te leggen. [verzoeker] had de VvE-vergadering voor 15 februari 2021 tijdig en rechtsgeldig opgeroepen naar de online-omgeving van Skype Meet Now. [verweerder] verscheen daar bewust niet. [verzoeker] was er wel. [verzoeker] heeft de helft van de stemmen, dus er was een quorum voor besluitvorming. Aldus [verzoeker] in zijn grieven.
6.3
Het betoog over de rechtsgeldigheid van de oproeping kan [verzoeker] niet baten. De voorzitter ([verzoeker]) kon de vergadering op 15 februari 2021 kort na de heropening niet zonder meer in Skype Meet Now voortzetten, omdat dit gelet op de hierna genoemde omstandigheden in strijd kwam met het gedrag jegens elkander dat de redelijkheid en billijkheid vordert van degenen die bij de VvE zijn betrokken. [1] Dit is ongeacht of er sprake was van een rechtsgeldige oproeping via e-mail naar de Skype-omgeving en verwarring (het hof kan dat dus in het midden laten en hoeft grief 2 niet afzonderlijk te bespreken).
Hiertoe overweegt het hof het volgende.
6.4
Over wat aan de VvE-vergadering van 15 februari 2021 vooraf ging, staat voor het hof vast dat er een moeizame wijze van werken binnen de VvE was ontstaan. Tot 2019 waren er weinig punten van zorg voor de VvE, omdat de eigenaren meestal zelf het onderhoud aan hun eigen woning verzorgden, ook aan het gemeenschappelijke deel. Pas in 2019 besloten [verzoeker] en [verweerder] om de VvE structureel bij het herstel en onderhoud van het gemeenschappelijke gedeelte te betrekken en daartoe een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) op te stellen. De VvE had hiervoor echter geen financiële reserves opgebouwd. [verweerder] wilde niet zelf voor verwaarloosd onderhoud bij de bovenwoning betalen en gaf aan dat zijn eigen financiële middelen beperkt waren en dat hij vanwege zijn werk geen tijd had om zo frequent met de VvE te vergaderen als [verzoeker] voor alle werkzaamheden nodig vond. [verzoeker] wilde wel allerlei herstel- en onderhoudswerk door de VvE laten doen en bleef aansturen op maandelijkse en (later) wekelijkse VvE-vergaderingen met telkens kostbare plannen voor VvE-werkzaamheden op de agenda. Besluitvorming werd moeizaam. [verzoeker] zond uitvoerige (concept) VvE-stukken en VvE-verslagen aan [verweerder] met daarin veel verschillende punten van aandacht (en verwijten aan [verweerder]) en in voetnoten nog talrijke andere zorgpunten. Bovendien was [verweerder] op 22 december 2020 wegens tekortschieten van de VvE persoonlijk aansprakelijk gesteld voor schade van [verzoeker], waardoor [verweerder] alleen nog samen met zijn advocate naar de VvE-vergaderingen kwam. [verweerder] was op de VvE-vergaderingen van 4 en 25 januari 2021 met zijn advocaat aanwezig.
6.5
Toen de eigenaren op de VvE-vergadering van 25 januari 2021 (wederom) geen duidelijke afspraken met elkaar konden maken over herstel of onderhoud van het gemeenschappelijk deel, besloten zij om de agenda van 25 januari af te maken in een vergadering waarbij ambtenaren van de VvE-balie aanwezig zouden zijn met een bemiddelende rol. Dat wilden [verweerder] èn [verzoeker] – in elk geval sprak [verzoeker] in zijn e-mail van 30 januari 2021 de hoop uit dat een ambtenaar van de VvE-balie op de volgende VvE-vergadering kon komen –. Deze afspraak voerde de VvE uit (zie 6.6).
6.6
De VvE-vergadering op 4 februari 2021 vond plaats in aanwezigheid van twee ambtenaren van de VvE-balie, naast [verzoeker], [verweerder] en de advocate. Tijdens die vergadering konden [verzoeker] en [verweerder] (met moeite) afspraken maken over een nul-beurt voor het schilderwerk. In die vergadering werd ook afgesproken om op 15 februari 2021 verder te vergaderen, met als agenda: “
Afmaken van de agenda van 25 januari.” Mede gezien het verslag van de vergadering oordeelt het hof dat op dat moment alle aanwezigen er van uit moesten gaan dat zij op die volgende afgesproken vergadering werden verwacht. De vergadering diende immers om ‘verder’ te vergaderen om de agenda af te maken.
6.7
Bij aanvang van de voortgezette VvE-vergadering op 15 februari 2021 werd direct duidelijk dat alle betrokkenen voor deze VvE-vergadering klaar zaten om over de agendapunten verder te vergaderen en dat de eigenaren (zowel [verzoeker] als [verweerder]) klaar zaten om over de te nemen besluiten mee te beslissen.
- [verweerder] was zonder zijn advocate en met de ambtenaren van de VvE-balie aanwezig in een voor alle betrokkenen toegankelijke online vergader-omgeving van Teams, waarin de VvE-balie alle betrokkenen had uitgenodigd
en
- [verzoeker] was met de advocate van [verweerder] aanwezig in de op de vorige VvE-vergadering aangekondigde online vergader-omgeving van Skype, waarin [verzoeker], [verweerder] en de advocate door [verzoeker] waren uitgenodigd.
In de online vergader-omgeving van Skype vertelde de advocate aan [verzoeker] dat de anderen in een andere online-omgeving klaar zaten en zij verzocht [verzoeker] (dus nodigde hem uitdrukkelijk uit) om daar naartoe te komen. [verzoeker] kon dat doen – hij had toegang – maar hij wilde dat niet, omdat hij ter vergadering had opgeroepen in de vergader-omgeving van Skype waarin hij klaar zat.
6.8
Bij die stand van zaken kon de VvE-vergadering van 15 februari in redelijkheid niet verder gaan in de online omgeving van Skype waar [verzoeker] was, in elk geval niet zonder nader (voorafgaand) overleg met [verweerder]. Ook als de online omgeving van Skype de enige juridisch juist opgeroepen locatie zou zijn geweest (het hof laat dat in het midden), was het voor [verzoeker], die ook de voorzitter van deze VvE-vergadering was, duidelijk dat niet alle betrokkenen daar aanwezig waren
endat zij wel voor de VvE-vergadering klaar zaten in een andere online-omgeving waar ook hij naartoe kon gaan. Het jegens elkander vereiste gedrag vergt dan dat hij ten minste bij de betrokkenen in de andere online-omgeving navraagt of en waarom zij in die andere omgeving willen vergaderen en, als hem dan blijkt dat dat niet gaat, met hen bespreekt waar en hoe de VvE-vergadering wordt voortgezet en dat aan hen allen meedeelt. Voor dit oordeel heeft het hof ook gekeken naar de aan de vergadering voorafgegane omstandigheden.
6.9
Het hof kan [verzoeker] niet volgen in zijn standpunt dat “[verweerder] bewust een poging deed om de VvE te blokkeren om vrij van de VvE-balie te vergaderen”, zoals [verzoeker] in zijn eerste grief (ook) stelt. Voor het hof staat namelijk vast (en daartegenover heeft [verzoeker] niets gesteld) dat [verweerder] in 2021 wel meewerkte aan frequent vergaderen: hij was in 2021 vóór 15 februari 2021 al op drie VvE-vergaderingen verschenen met zijn advocaat. Bovendien hadden [verzoeker] en [verweerder] afgesproken dat ambtenaren van de VvE-balie op de VvE-vergadering aanwezig zouden zijn en [verweerder] zat op 15 februari 2021 samen met hen klaar op een vergaderlocatie. [verzoeker] schreef wel op 12 februari 2021 aan [verweerder] dat hij ([verzoeker]) de VvE-balie niet meer bij de vergaderingen wilde, maar [verweerder] had dit pas kort voor de vergadering van 15 februari 2021 gelezen en het was nog niet (inhoudelijk) besproken. Op 15 februari 2021 deelde [verzoeker] mee dat hij de aanwezigheid van de VvE-balie onwenselijk vindt wegens teveel misverstanden en op dat moment vond hij (zonder overleg met [verweerder]) vergaderen in aanwezigheid van de VvE-balie al geen optie meer. Er werd niet aan [verweerder] gevraagd of hij de verdere agenda alleen in aanwezigheid van de VvE-balie zou willen behandelen of niet (en waarom). Gelet op een en ander acht het hof de vaststelling door [verzoeker] van het gestelde ‘
bewust blokkeren’ door [verweerder] voorbarig en ongegrond (en in de procedure onvoldoende onderbouwd). [verzoeker] had minimaal met [verweerder] moeten bespreken of zij zonder ambtenaren van de VvE-balie verder konden vergaderen, voordat hij als voorzitter de vergadering in Skype voortzette buiten aanwezigheid van anderen dan hemzelf.
6.1
Het hof merkt voor de duidelijkheid nog op, dat de voorzitter ([verzoeker]) niet mocht verlangen dat [verweerder] direct naar de online-omgeving van Skype zou komen toen hij hoorde dat [verzoeker] en [verweerder] in een verschillende online-omgeving zaten. In Skype was de VvE-balie niet uitgenodigd. Uit niets kan blijken dat zij daar zonder medewerking van [verzoeker] konden komen en [verzoeker] deelde uitdrukkelijk mee dat hij hun aanwezigheid niet wilde. Wanneer [verweerder] naar de online-omgeving van Skype zou zijn gegaan, moesten zij zonder bemiddeling van de VvE-balie verder vergaderen, wat nog niet was afgesproken. Ondertussen is niet betwist dat het voor [verzoeker] wel eenvoudig was om direct te overleggen in Teams.
6.11
Het voorgaande leidt er toe dat de VvE-besluiten die na de heropening in de VvE-vergadering van 15 februari 2021 zijn genomen, vernietigbaar zijn wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid jegens [verweerder], die de wet vereist. [2] Grieven 1 en 2 zijn ongegrond.
6.12
De besluiten die in de daarop volgende vergaderingen zijn genomen, delen dat lot. Zij bouwen voort op de besluiten van 15 februari 2021, waaronder de beslissing om op dezelfde wijze verder te vergaderen (dus buiten aanwezigheid van de VvE-balie en op het tijdstip en locatie zoals [verzoeker] dat bepaalde, zonder dat [verweerder] daarin werd gekend). De kantonrechter heeft al die besluiten terecht vernietigd. Grieven 3 en 4 treffen dus ook geen doel.
6.13
Grieven 5 en 6 zien op de proceskostenveroordeling en de beslissing tot vernietiging. Zij volgen het lot van de eerdere grieven.
Tegenverzoeken (grief 7)
6.14
[verzoeker] heeft verder gegriefd tegen de afwijzing van de verzoeken van de VvE om (ten aanzien van [verweerder]) vervangende machtiging aan [verzoeker] (de VvE) te verlenen:
-7- om de balkongrens en de kostenverdeling bij de nulbeurt vast te stellen;
-23- om aan [verweerder] een boete op te leggen voor het weigeren op 28 mei 2021 van de toegang aan [verzoeker] tot inspectie in de tuin;
-27- om offerte te vragen, uit te kiezen en op kosten van [verweerder] opdracht te verlenen voor de behandeling van de carbonatie van het dragende beton aan de achterzijde, eventueel uitgebreid met een kast die [verweerder] daar gebruikt;
-28- dat [verweerder] zich in VvE-besluiten en besluitvorming omtrent de nulbeurt van 2021 (inclusief kostentoedelingen) houdt aan de definitie van de balkongrens inhoudend: “het plafond van [verweerder] balkon is voor hemzelf en ook aan de achterkant kun je heel gemakkelijk de helft van de rand aangeven”;
-29- om voor [verweerder] de ‘Verklaring ten aanzien van de verglazing sinds 2005’ te ondertekenen, welke verklaring gaat over aansprakelijkheid van [verweerder] voor (extra) kosten van schade bij lekkages in de binnenruimte van het door [verweerder] in 2005 met glas dichtgemaakte voorbenedenbalkon;
-30- opdat de VvE kan besluiten aannemers offerte te vragen en opdracht te verlenen over evaluatie van de wijze waarop [verweerder] het voorbenedenbalkon in 2005 van glas heeft voorzien en het eventueel aanbrengen van wijzigingen op kosten van [verweerder];
-33- tot het instemmen met concepten voor een aanmaningsbrief jegens [X], een gebruiksovereenkomst en een vaststellingsovereenkomst en voor het voeren van onderhandelingen met [X] en voor de voorkeur voor de wijkrechter als het tot een procedure komt en de juridische procedure te voeren op kosten van de VvE, te verhalen op [X], en te verhalen op [verweerder] als [verweerder] met [X] tot een samenwerking is gekomen waarbij het pand van de VvE in gevaar is gebracht;
-35- om een beroep op de rechtsbijstandsverzekering toe te staan;
-37- om een bepaalde wijziging over de vertrouwelijkheid van VvE-vergaderingen in het Reglement vast te stellen (namelijk artikel 6 van Pro een concept-reglement);
-38- om de loden leidingen in de benedenwoning te laten vervangen op kosten van de eigenaar van het appartementsrecht voor de benedenwoning;
-39- om namens en op kosten van de VvE de (eerder genoemde en mogelijk ook later geformuleerde) boetes daadwerkelijk op te leggen en te innen, als [verweerder] niet tot het inzicht komt dat hij beboet behoorde (of nog zal behoren) te worden.
6.15
[verzoeker] voert aan dat [verweerder] ten aanzien van de in de verzoeken genoemde kwesties ruim de tijd heeft gehad om te reageren en een standpunt in te nemen, maar daarin heeft verzaakt en geweigerd heeft om een standpunt in te nemen of een onredelijk of onbillijk standpunt heeft ingenomen.
6.16
De grief faalt. De rechter kan de verzochte vervangende machtiging alleen verlenen als de appartementseigenaar zonder redelijke grond medewerking of toestemming weigert of zich niet verklaart. [3] De kantonrechter heeft daarom terecht overwogen dat een en ander eerst op een VvE-vergadering moet worden voorgelegd en (zo nodig) in stemming gebracht. Voor de zaken waarvoor [verzoeker] machtiging vraagt is dat niet gebeurd, in elk geval niet rechtsgeldig (zoals hiervóór in deze uitspraak staat). Uit niets blijkt dat de onder 6.14 genoemde punten niet kunnen wachten totdat de eigenaren daar onderling overeenstemming over hebben bereikt of totdat daarover binnen de VvE (rechtsgeldig) is besloten.
Dat [verweerder] niet al buiten een VvE-vergadering om schriftelijk zijn instemming heeft betuigd, [4] acht het hof ook niet onredelijk of onbillijk. Het gaat immers om het doen van werkzaamheden waarvoor de VvE niet zelf financiële middelen heeft gereserveerd en om aansprakelijkheden en om boeteopleggingen tegenover [verweerder]. Zonder motivering, die [verzoeker] niet heeft gegeven, valt niet in te zien waarom [verweerder] geen redelijke grond kan hebben om aan de voor hem veelal nadelige besluiten niet of nog niet mee te werken. Het feit dat er al geruime tijd sprake is van achterstallig onderhoud, brengt niet automatisch mee dat besluitvorming niet kan worden afgewacht. Achterstallig onderhoud betekent ook niet zonder meer dat de VvE dringend de voorgestelde werkzaamheden moet (laten) doen.
6.17
Dat [verweerder] vanaf 15 februari 2021 niet meer inhoudelijk reageerde en desgevraagd zonder meer ‘tegen’ stemde, is geen grond voor het oordeel dat [verweerder] zonder redelijke grond medewerking of toestemming weigert of zich niet verklaart. [verweerder] gaf immers (via zijn advocate) duidelijk aan dat hij pas verder kon overleggen als de VvE-besluiten van 15 februari 2021 van tafel waren en deze waren niet van tafel (partijen procederen daar tot nu toe over).
6.18
[verzoeker] heeft over zijn verzoek nummer 23 in hoger beroep betoogd dat de kantonrechter een bewijsaanbod had moeten gebruiken als onduidelijk is waarom [verweerder] hem toegang moet verschaffen tot de tuin. Dit betoog faalt. Het was aan de VvE ([verzoeker]) om voldoende te stellen op grond waarvan de rechter [verweerder] kan verplichten om te doen wat de VvE ([verzoeker]) verzoekt. [verzoeker] stelt in hoger beroep (in zijn grief 7) dat evident is dat hij vanaf zijn balkon niet kan bekijken wat er zich onder het balkon aan carbonatie (betonrot) bevindt en wat de constructie is van de nabuur op de erfafscheidingsgrens en dat hij op afstand moeilijk scheuren in de tuinmuur kan zien. Het hof overweegt dat dit een en ander geen aanleiding is om een vervangende machtiging te verstrekken voor het opleggen van een boete (zoals [verzoeker] aangaande de toegang tot de tuin verzoekt). Het hof laat dan nog daar dat [verzoeker] ook in hoger beroep niet heeft gesteld dat en waarom het noodzakelijk is dat hij zelf vanuit de tuin van [verweerder] het gemeenschappelijke gedeelte bekijkt, wanneer [verweerder] al aan de constructeur toegang heeft gegeven om dat met een deskundige blik voor de VvE te bekijken.
6.19
Het hof concludeert dat ook grief 7 ongegrond is.
Voorwaardelijk incidenteel appel
6.2
[verweerder] heeft zijnerzijds voorwaardelijk twee grieven ingediend. Wat hij daarmee wil bereiken heeft hij niet duidelijk verwoord. Het hof kan dat in het midden laten. Het hof gaat er namelijk van uit dat de voorwaarde niet is vervuld, omdat het hof de beschikking van de kantonrechter niet vernietigt en diens dictum niet wijzigt. Aan beoordeling van de voorwaardelijk ingediende grieven, komt het hof daarom niet toe (ook niet voor een kostenveroordeling).
Conclusie en proceskosten
6.21
De conclusie is dat het hoger beroep van [verzoeker] niet slaagt. Daarom zal het hof de beschikking bekrachtigen. Het hof zal [verzoeker] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het (principaal) hoger beroep. Aan het voorwaardelijke incidenteel hoger beroep komt het hof niet toe.

7.Beslissing

Het hof:
- bekrachtigt de bestreden beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 23 september 2021;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [verweerder] tot op heden begroot op € 338,- aan verschotten en € 2.775,- aan salaris van de advocaat;
- verklaart deze beschikking ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. G. Dulek-Schermers, M.P.J. Ruijpers en R.F. Groos en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2022 in aanwezigheid van de griffier.

Voetnoten

1.artikel 2:15 j° 2:8 BW
2.Artikel 8 boek Pro 2 BW
3.Artikel 5:121 lid 1 BW Pro
4.Zoals het Reglement in artikel 36 toelaat Pro.