Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 13 december 2022
[X] , te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
De uitspraak op bezwaar
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende kreeg voor 2020 een aanslag afvalstoffenheffing opgelegd door de gemeente Den Haag en maakte bezwaar. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank, maar dit beroep werd ongegrond verklaard omdat het te laat was ingediend. De rechtbank verklaarde zich tevens onbevoegd om te oordelen over het verzoek tot kwijtschelding van de aanslag.
In hoger beroep betwistte belanghebbende deze beslissingen en verzocht tevens om kwijtschelding van de aanslag en een schadevergoeding van €100.000 wegens morele en lichamelijke schade. Het hof oordeelde dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend en dat de redenen voor de termijnoverschrijding onvoldoende waren om niet-ontvankelijkheid te voorkomen. De rechtbank was terecht onbevoegd ten aanzien van het verzoek tot kwijtschelding, omdat daartegen administratief beroep openstaat en niet bij de bestuursrechter.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen sprake was van een onrechtmatig besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de aanslag afvalstoffenheffing is niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding; de rechtbank is onbevoegd inzake het verzoek tot kwijtschelding en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.