Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
hij op of omstreeks 28 oktober 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, met een vuurwapen meermalen een of meer kogels in/door het hoofd en/of de hals en/of romp en/of benen en/of armen van die [slachtoffer] geschoten, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;
hij op of omstreeks 28 oktober 2018 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, in elk geval opzettelijk een of meer (tot op heden) onbekend(e) perso(o)n(en) van het leven te beroven, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, met een vuurwapen een of meer kogels naar/in de richting van deze perso(o)n(en) heeft afgevuurd/afgeschoten, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;
hij op of omstreeks 28 oktober 2018 te Rotterdam
(Zaak met parketnummer 10-692063-19, gevoegd)
hij op 28 oktober 2018 te Rotterdam opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg met een vuurwapen meermalen kogels in het hoofd en de hals en
deromp en
debenen en
dearmen van die [slachtoffer] geschoten, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;
hij op 28 oktober 2018 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade (tot op heden) onbekende personen van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een vuurwapen kogels in de richting van deze personen heeft afgevuurd/afgeschoten, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;
hij op 28 oktober 2018 te Rotterdam
eenraam en
eengokkast van café [café] (gelegen aan [adres]), toebehorende aan anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd.
- Hypothese l: de bemonstering van de aansteker bevat DNA van de verdachte en één willekeurige onbekende man;
- Hypothese 2: de bemonstering van de aansteker bevat DNA van twee willekeurige onbekende mannen.
moord.
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
- Begrafeniskosten incl. grafsteen € 6.078,70
- Reiskosten (inhoudelijke zitting) € 1.143,98
- Overige reiskosten € 697,30
- Ritueel € 300,00
- Krans € 395,00
- Stille tocht € 627,50
- Verhuiskosten € 1.500,00
- Medicijnen € 25,00
- Eigen risico € 385,00
- Reis- en parkeerkosten € 143,79
posten ritueel, krans, stille tochtvooralsnog niet voldoende is onderbouwd om de betreffende kosten te kunnen aanmerken als kosten van lijkbezorging, dan wel rechtstreekse schade of proceskosten. Het hof zal bepalen dat de benadeelde partij voor dit gedeelte van de gevorderde kosten niet-ontvankelijk is. Het vormt een onevenredige belasting van het strafgeding om de benadeelde partij de gelegenheid te geven de vordering verder te onderbouwen.
posten verhuiskosten, ‘medicatie’ en ‘eigen risico’levert naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op, nu vooralsnog niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat deze kosten kunnen worden gerekend tot de shockschade dan wel zijn gemaakt als rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde.
reis- en parkeerkostenoverweegt het hof als volgt.
reiskosten naar de zittingen, overweegt het hof dat dergelijke kosten enkel voor vergoeding in aanmerking kunnen komen in het kader van een proceskostenveroordeling. Dat is echter in de onderhavige zaak niet aan de orde nu de benadeelde wordt bijgestaan door een gemachtigde en het gesloten systeem van proceskostenvergoeding in een dergelijk geval vergoeding limiteert tot de kosten van de gemachtigde en eventuele verschotten. Dit deel van de vordering zal derhalve worden afgewezen.
reiskosten naar de advocaat en de officier van justitieniet als vergoeding van materiële schade kunnen worden gevorderd, maar slechts als proceskosten kunnen worden aangemerkt. Nu deze meer subsidiair ook als zodanig zijn gevorderd, zijn deze voor toewijzing vatbaar. Het betreft volgens de schriftelijk gegeven toelichting (24,4 + 96,4 + 30,6 =) 151,4 km x € 0,26 = € 39,36.
reiskosten ten aanzien van het vervoer naar het uitvaartcentrumvallen onder kosten van lijkbezorging en daarom toewijsbaar zijn op grond van artikel 6:108, tweede lid, BW (oud). Blijkens de toelichting gaat het in totaal om 29,4 afgelegde kilometers. Conform de Letselschade Richtlijn Kilometervergoeding 2019 zal de rechtbank de schade vaststellen op € 0,26 per afgelegde kilometer. Dit maakt dat de benadeelde partij recht heeft op € 7,64 vergoeding van reiskosten.
overige reis- en parkeerkostenlevert naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op, nu vooralsnog niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat deze kosten kunnen worden gerekend tot de kosten van lijkbezorging, dan wel als rechtstreekse schade of proceskosten kunnen worden aangemerkt.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
23 (drieëntwintig) jaren en 6 (zes) maanden.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]
€ 6.078,70 (zesduizend achtenzeventig euro en zeventig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.143,98 (duizend honderddrieënveertig euro en achtennegentig cent) aan materiële schadeaf.
€ 6.078,70 (zesduizend achtenzeventig euro en zeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
65 (vijfenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6]
€ 3.000,00 (drieduizend euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 3.000,00 (drieduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
gijzelingop ten hoogste
40 (veertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7]
€ 10.007,64 (tienduizend zeven euro en vierenzestig cent) bestaande uit € 7,64 (zeven euro en vierenzestig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 10.007,64 (tienduizend zeven euro en vierenzestig cent) bestaande uit € 7,64 (zeven euro en vierenzestig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
gijzelingop ten hoogste
85 (vijfentachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.