ECLI:NL:GHDHA:2022:2974

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
29 maart 2022
Publicatiedatum
8 november 2023
Zaaknummer
200.293.739/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 133 lid 4 RvArt. 1.8 Landelijk procesreglement civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshovenArt. 2.19 Landelijk procesreglement civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken van grieven

Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Den Haag. Na meerdere termijnen en verzoeken om uitstel, heeft appellant nagelaten om een memorie van grieven in te dienen. Diverse advocaten hebben zich onttrokken, en appellant heeft uiteindelijk verzocht om doorhaling van de zaak.

Geïntimeerden gingen niet akkoord met doorhaling. Het hof stelde vast dat het recht op het indienen van grieven was vervallen conform artikel 133 lid 4 Rv Pro en artikel 1.8 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven. Hierdoor was appellant niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Het hof veroordeelde appellant in de proceskosten, waarbij de kosten aan de zijde van beide geïntimeerden werden gespecificeerd. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 29 maart 2022.

Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer: 200.293.739/01
Zaak-/rolnummer rechtbank: C/09/574834 / HA ZA 19-610

Arrest van 29 maart 2022

inzake

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. D.C.M. Sampermans te Amsterdam,
tegen

[geïntimeerde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
hierna te noemen: [geïntimeerde 1] ,
advocaat: mr. G.C. Endedijk te Amsterdam,
en

[geïntimeerde 2] ,

wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
hierna te noemen: [geïntimeerde 2] ,
advocaat: mr. M.J. Draaisma te Amsterdam.

Het geding

Bij exploot van 29 maart 2021 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 30 december 2020.
De zaak is voor het indienen van een memorie van grieven verwezen naar de rol van 15 juni 2021 en vervolgens naar de rol van 13 juli 2021.
Op 13 juli 2021 heeft de advocaat van [appellant] zich onttrokken en heeft [appellant] om uitstel verzocht om een nieuwe advocaat te vinden.
De zaak is daarop naar de rol verwezen van 24 augustus 2021 voor het stellen van een advocaat voor [appellant] en het indienen van een memorie van grieven.
Op 24 augustus 2021 heeft zich een advocaat voor [appellant] gesteld, heeft [appellant] om uitstel verzocht voor het indienen van een memorie van grieven en is de zaak verwezen naar de rol van 21 september 2021 voor het indienen van een memorie van grieven.
Op 31 augustus 2021 heeft de advocaat van [appellant] zich onttrokken en is de zaak naar de rol verwezen van 21 september 2021 voor het stellen van een advocaat voor [appellant] en het indienen van een memorie van grieven.
Op 21 september 2021 heeft zich geen advocaat voor [appellant] gesteld, is er geen memorie van grieven ingediend en heeft [appellant] om doorhaling van de zaak verzocht. Geïntimeerden zijn niet akkoord gegaan met het verzoek om doorhaling.
Aangezien het recht op het nemen van een memorie van grieven op 21 september 2021 is vervallen ingevolge artikel 133 lid 4 Rv Pro en artikel 1.8 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (hierna: Lph), is de zaak op grond van artikel 2.19 Lph ten slotte naar de rol verwezen voor arrest.

Beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep

In hoger beroep kan het hof het geschil alleen beoordelen aan de hand van behoorlijk in het geding naar voren gebrachte grieven. Aangezien [appellant] geen grieven heeft aangevoerd, dient hij niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn hoger beroep en in de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

Het hof:
- verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van
[geïntimeerde 1] tot op heden begroot op € 338,- aan griffierecht en € 557,- aan salaris advocaat en aan de zijde van [geïntimeerde 2] tot op heden begroot op € 338,- aan griffierecht en € 557,- aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.E.H.M. Pinckaers, M.C.M. van Dijk en C.A. Joustra en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2022 in aanwezigheid van de griffier.