Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 8 maart 2022
[appellant],
Devoteam,
Het geding
De feiten en de procedure in eerste aanleg
Following on our previous conversation would like to have a follow up with you on the progress finding new assignment:
“
Please find my notes on our regular follow up meeting with [appellant]:On opportunities Solution Architect* We have applied for multiple roles at Rabobank – 1 rejected in the past and another one with no response yet.* Utilities dutch speaking is still a must for majority of solution architect roles.*Highlight your profile at multiple Telco clients with our account managers and with Devoteam BE – so far no success. Sales team wil continue pushing.*DU role business consultant submitted and is on hold.*Currently, we see in the market there is more demand for TOGAF certified solution architect. Suggestion to get this certification as this will provide more opportunities. [doorgehaald - hof] mentioned [doorgehaald - hof] is preparing for this certification, and is able to provide help on how to get certified.
Op enig moment heeft de gemachtigde van [appellant] gemeld haar cliënt niet verder te kunnen adviseren over het einde van het dienstverband dan nadat de bedrijfsarts een oordeel zou hebben gegeven over diens arbeids(on)geschiktheid.
Gelet op de huidige medische status van cliënt kan ik hem op dit moment niet adviseren om verder te praten over een beëindiging van het dienstverband.”
De procedure en de beoordeling in hoger beroep
voor recht te verklaren dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met [appellant] ten onrechte heeft ontbonden, de beschikking te vernietigen en
I. Devoteam op straffe van een dwangsom te veroordelen om de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 augustus 2021, althans met ingang van een door dit hof te bepalen datum, binnen 5 dagen na de beschikkingsdatum te herstellen; en
II. Devoteam te veroordelen hem zijn salaris (€ 5.200,- bruto, althans - bij arbeidsongeschiktheid - € 3.640,- bruto), inclusief vakantiegeld, te betalen vanaf 1 augustus 2021, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, althans voorzieningen te treffen voor de periode van 1 augustus 2021 tot de datum van herstel van de arbeidsovereenkomst, waaronder de betaling van het gebruikelijke salaris inclusief vakantiegeld;
subsidiair:(als de arbeidsovereenkomst niet wordt hersteld) aan hem ten laste van Devoteam toe te kennen:
een billijke vergoeding van € 82.524,-- bruto, althans € 57.766,80 bruto, althans een door het hof te bepalen bedrag;
indien het hof oordeelt dat de arbeidsovereenkomst op goede gronden is ontbonden, de hiervoor weergegeven billijke vergoeding maar dan op grond van art. 7:671b lid 8 onder c BW.
De feitelijke vaststelling waartegen grief 1 zich richt is voor de beslissing niet relevant en is daarom weggelaten. Het hof merkt hierbij op dat de feitenvaststelling in een uitspraak slechts een selectie vormt, naar keuze van de rechter, van de tussen partijen vaststaande feiten die voor de beoordeling van het geschil naar het oordeel van de rechter (het meest) relevant zijn, maar dat dit niet betekent dat de overige feiten die in de procedure door partijen zijn gesteld bij deze beoordeling buiten beschouwing worden gelaten.
Met grief 2, de stelling van [appellant] dat geen definitieve overeenstemming is bereikt over het einde van de arbeidsovereenkomst, is in de weergave van de feiten rekening gehouden (vgl. rov. 1.11).
a. Er is geen redelijke grond voor ontbinding op de h-grond omdat (i) Devoteam de h-grond gebruikt waar feitelijk de d-grond aan de orde is (grief 3); (ii) Devoteam onvoldoende inspanningen heeft verricht om [appellant] bij opdrachtgevers te plaatsen en het voor haar risico komt als er sprake is van een mismatch (hetgeen [appellant] overigens betwist) (grief 4); (iii) de situatie waarin het verrichten van arbeid feitelijk of rechtens onmogelijk is zich niet voordoet omdat er wel toekomstperspectief was mede nu er ook in december 2020 nog mogelijkheden op plaatsing waren (grieven 5 en 7) en (iv) herplaatsing niet is onderzocht (grief 6).
b. Gelet op het voorgaande wenst [appellant] het herstel van de arbeidsovereenkomst, althans een billijke vergoeding (grief 8).
c. Het niet leveren van voldoende plaatsingsinspanningen, het onvoldoende voordragen van [appellant] voor passende functies, het achterwege laten van een zoektocht naar een passende oplossing, de te late melding aan [appellant] van zijn vermeende gebrek aan zelfvertrouwen en het doen van tegenstrijdige mededelingen over de handhaving van het dienstverband, leveren ernstig verwijtbaar handelen van Devoteam op. Ook om die reden is een billijke vergoeding passend (grief 9).
Onderwerp van debat is in dit verband of de ondermaatse inzetbaarheid niet veeleer duidt op disfunctioneren en voor wiens rekening en risico het gebrek aan inzetbaarheid moet komen. Uitgangspunt bij de beoordeling is dat Devoteam [appellant] geen verwijt maakt van de ontstane situatie.
Reparatie andere gronden?
Voor zover [appellant] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft betoogd dat eigenlijk de a-grond aan de orde is in verband met het verlies van de klant Liberty Global, gaat het hof ook daaraan voorbij. Dit argument is, tegen de achtergrond van de twee-conclusieregel te laat betrokken. Ook inhoudelijk gaat het niet op. Vast staat immers dat dat de arbeidsplaats van [appellant] niet is vervallen omdat van hem, niettegenstaande het afscheid van enkele collega’s ‘based on performance’, geen afscheid werd genomen. Ook uit het feit dat [appellant] voor verschillende functies als kandidaat is aangedragen (zie hierna onder rov. 15) volgt dat het probleem niet was dat er geen functies beschikbaar waren.
Voor wiens rekening en risico komt de ondermaatse inzet?
[appellant] is een goed opgeleide IT-er met twintig jaar ervaring die desbewust en op eigen initiatief bij Devoteam, buiten Turkije, heeft gesolliciteerd naar de door hem niet eerder beklede functie van consultant. Van hem mag worden verwacht dat hij de goede en kwade kansen daarbij heeft gewogen. Gelet hierop heeft Devoteam jegens hem geen bijzondere zorgplicht, enkel omdat hij naar Nederland is geëmigreerd.
Anders dan [appellant] verder aanvoert, hoeft Devoteam hem ook niet in dienst te houden omdat zij een consultant aanneemt voordat zij concreet weet bij welke opdrachtgever deze geplaatst kan worden. Consultants van Devoteam, zoals [appellant], werken niet bij één enkele opdrachtgever: voor het verkrijgen van opdrachten moeten zij zich bij door Devoteam aangedragen potentiële opdrachtgevers presenteren (rov. 1.3). Daarop moeten deze consultants zich instellen. [appellant] heeft ook niet gesteld dat hij bij Devoteam in dienst is getreden om voor een specifieke opdrachtgever te gaan werken. Daar komt bij dat hij in de eerste maanden van zijn arbeidsovereenkomst in groepsverband is geplaatst bij LeasePlan. Het probleem is dat hij daarna geen opdrachten heeft verworven.
-Devoteam heeft [appellant] in onvoldoende mate voor passende functies voorgedragen (en zich ook onvoldoende van zijn kwaliteiten op de hoogte gesteld).
Deze verwijten komen hierna aan de orde.
conclusie h-grond; herplaatsing?
Slot
Beslissing
- bekrachtigt de tussen partijen gegeven beschikking van de kantonrechter te Den Haag van 29 juni 2021;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Devotam tot heden begroot op € 772,-- aan griffierecht en € 2.228,-- aan salaris advocaat;