Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 15 februari 2022
[appellant],
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen),
Waar deze zaak over gaat
Het geding
De feiten en procedure in eerste aanleg
Ik denk dat het nu belangrijk is om een structurele oplossing te vinden maar ook dat we accepteren dat deze nog even wegligt.”
Mede vanwege persoonlijke omstandigheden zal (hopelijk) volgende week worden gereageerd op jouw mail van woensdag jl.”. Daarop reageerde [directeur] als volgt: “
Ik raad je dringend aan om in te gaan op het door mij gedane aanbod. Verder uitstel levert geen beter besluit op is mijn stellige overtuiging. Als ik dinsdag 12.00 uur geen antwoord van je heb zetten wij de ontslagprocedure via de kantonrechter in werking.”
De procedure in hoger beroep
De verdere beoordeling in hoger beroep
geschikt.
Beslissing
- bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter te Den Haag van 8 juli 2021;
- veroordeelt [appellant] in de proceskosten in hoger beroep en begroot deze tot aan de datum van deze uitspraak aan de zijde van OCW op € 772 ,- wegens griffierecht en € 2.228 ,- wegens salaris en op € 163,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 85,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van deze beschikking plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen na deze beschikking aan deze kostenveroordeling is voldaan;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders verzochte.