ECLI:NL:GHDHA:2022:54
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- H.A.J. Kroon
- T.A. de Hek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslagen eigenwoningrente wegens kwade trouw belastingplichtige
Belanghebbende had voor de jaren 2014 tot en met 2017 eigenwoningrente in aftrek gebracht die door de Inspecteur werd gecorrigeerd en nagevorderd. De Rechtbank had de navorderingsaanslagen en aanslagen bevestigd en het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.
In hoger beroep stond centraal of belanghebbende te kwader trouw was bij het indienen van de aangiften over 2014 en 2015 en of hij recht had op een hogere aftrek eigenwoningrente voor 2016 en 2017. Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat de rente betrekking had op schulden voor de eigen woning en dat hij als ervaren accountant wist dat bewijs vereist is. De Inspecteur had aannemelijk gemaakt dat belanghebbende willens en wetens de kans aanvaardde dat te weinig belasting werd betaald, wat kwade trouw oplevert.
Het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat het volgen van eerdere aanslagen niet automatisch een weloverwogen standpunt van de Inspecteur betekent. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de navorderingsaanslagen eigenwoningrente over 2014 en 2015 terecht zijn opgelegd wegens kwade trouw en wijst het hoger beroep af.