Belanghebbende, 100% aandeelhouder van een BV, had een aanzienlijke toename van zijn rekening-courantschuld in 2014 en 2015 die niet was aangegeven als voordeel uit aanmerkelijk belang in zijn IB/PVV-aangiften. Voor 2014 stelde het Hof vast dat de Inspecteur beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt omdat de toename van de schuld pas later bekend werd.
Voor 2015 oordeelde het Hof dat de Inspecteur al vanaf begin 2017 op de hoogte was van de schuldtoename, maar desondanks de aanslag geautomatiseerd vaststelde zonder rekening te houden met deze informatie. Dit wordt aangemerkt als ambtelijk verzuim, waardoor navordering op grond van een nieuw feit niet mogelijk is. Wel kan navordering plaatsvinden wegens een kenbare fout, omdat de te weinig geheven belasting meer dan 30% bedroeg en belanghebbende redelijkerwijs niet kon menen dat de aanslag op goede gronden was vastgesteld.
Het Hof verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond voor 2014 en het hoger beroep van de Inspecteur gegrond voor 2015. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige behandeling van aangiften en navordering bij nieuwe feiten of kenbare fouten.