Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 19 april 2022 (bij vervroeging)
in de zaak met bovenvermeld zaaknummer van:
Coöperatieve Rabobank U.A.,
1. [geïntimeerde 1],
2. [geïntimeerde 1] Holding B.V.,
3. [geïntimeerde 3],
Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
De verdere beoordeling van het hoger beroep
Indien zich een Inbreuk voordoet, zal de Koper daarvan binnen één maand, nadat zij er kennis van heeft genomen of kunnen nemen, de Verkoper in kennis stellen”. De rechtbank heeft (in rov. 5.6) geoordeeld dat hiermee een vervaltermijn van één maand is overeengekomen tussen koper (2NG) en verkoper ([geïntimeerde 1] Holding). Tegen dit oordeel is door Rabobank geen grief gericht, zodat ook het hof hiervan uitgaat.
Aangezien ik inmiddels al meer dan 3 maanden wetenschap had van de fraude werd ik door mijn strafrechtadvocaat dringend geadviseerd om vaart te maken om eventueel tot een oplossing te komen met [geïntimeerde 1] c.s. of anders het inkeerproces te starten in verband met mogelijke aansprakelijkheid”. Uit het door 2NG overgelegde proces-verbaal van de strafrechtelijke aangifte d.d. 30 maart 2015 (productie 26 bij dagvaarding in eerste aanleg) moet in elk geval worden afgeleid dat de bedoelde wetenschap bij de heer [naam] niet later dan in februari 2014 aanwezig was. De daarin opgenomen verklaring van de heer [naam] luidt als volgt: “
Begin 2014 zijn er emails aangetroffen, waar uit kan worden afgeleid dat [geïntimeerde 1] als bestuurder van Wandflex BV in 2009, 2010 en 2011 structureel werkzaamheden heeft verricht zonder dat hij daar een [een] factuur voor heeft opgemaakt. In Februari 2014 is geconstateerd dat er op grote schaal fiscale fraude heeft plaatsgevonden in Wandflex BV voor de overnamedatum, waarop ik als nieuwe bestuurder een inkeertraject bij de belastingdienst ben gestart”. Op basis van deze door 2NG zelf ingenomen stellingen in eerste aanleg, gesteund door de zijdens 2NG overgelegde producties, komt (ook) het hof tot de conclusie dat 2NG al meer dan een maand vóór april 2014 wist van de omzet buiten de boeken (en de door haar gestelde inbreuken). Rabobank heeft in hoger beroep ook niets (nieuws) aangevoerd, dat tot een ander oordeel kan leiden. Niet in geschil is dat [geïntimeerde 1] c.s. in april 2014 van de gestelde inbreuk in kennis zijn gesteld. Op dat moment was reeds een maand verstreken nadat 2NG op de hoogte was van de gestelde inbreuk, zodat de kennisgeving niet binnen de in artikel 12.1 van de Koopovereenkomst overeengekomen vervaltermijn is gedaan en enige aanspraak tot schadevergoeding uit hoofde van de gestelde inbreuk op grond van de Koopovereenkomst is komen te vervallen. Grief 3 faalt daarom.