Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 21 april 2022
V.O.F. [X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Beoordeling van het geschil
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, een ondernemer die satsangs en Vipassana retraites organiseert, had omzetbelasting voldaan tegen het verlaagde tarief voor groepssatsangs en retraites over de jaren 2014-2018. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op en stelde dat alleen het algemene tarief van toepassing was. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de aangifte over het tweede kwartaal 2019 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, maar vernietigde dit oordeel in hoger beroep.
Het Hof beoordeelde dat de groepssatsangs als muziek- of toneeluitvoeringen kunnen worden aangemerkt en daarmee onder het verlaagde tarief vallen. De Vipassana retraites, die vooral uit stilte en meditatie bestaan, kwalificeren niet als uitvoerende kunsten of muziek- en toneelvoorstellingen en vallen daarom niet onder het verlaagde tarief. Het beroep op het neutraliteitsbeginsel werd afgewezen omdat de retraites niet vergelijkbaar zijn met culturele evenementen.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraken op bezwaar, met uitzondering van de verzuimboetes, en vermindert de naheffingsaanslagen en belastingrente over 2014-2018. Tevens verleent het Hof teruggaaf over het tweede en derde kwartaal van 2019 en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank, past het verlaagde tarief toe op groepssatsangs, niet op Vipassana retraites, vermindert de naheffingsaanslagen en veroordeelt de Inspecteur in proceskosten en griffierechten.