Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 4 mei 2022
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Beoordeling
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende heeft geen aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2016 ingediend, ondanks uitnodigingen, herinneringen en aanmaningen van de Inspecteur. De Inspecteur heeft daarom het belastbare inkomen ambtshalve vastgesteld en een verzuimboete opgelegd.
De Rechtbank heeft het beroep van belanghebbende tegen deze aanslagen en boete ongegrond verklaard, omdat belanghebbende onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de aanslagen te hoog zijn vastgesteld en de verzuimboete buitenproportioneel is. Het Gerechtshof bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De schatting van het belastbare inkomen is gebaseerd op loongegevens en verhoogd naar bijstandsniveau, wat redelijk wordt geacht gezien het ontbreken van nadere gegevens van belanghebbende.
De verzuimboete is opgelegd tot het wettelijk maximum vanwege het stelselmatige verzuim van belanghebbende sinds 2003. Het verzoek om uitstel van de mondelinge behandeling wegens COVID-19 werd afgewezen vanwege het ontbreken van een PCR-test. De belastingrente is eveneens terecht in rekening gebracht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de redelijke schatting van het belastbare inkomen en de maximale verzuimboete wegens stelselmatig niet indienen van aangiften over 2016.