In hoger beroep tegen een veroordeling wegens witwassen van €34.600,- heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gesproken. De verdachte werd beschuldigd van het verwerven, voorhanden hebben en gebruiken van geld afkomstig uit enig misdrijf. Het hof oordeelde dat het technisch middel dat in een geldtelmachine was geplaatst, enkel een sms-signaal gaf en geen gegevens vastlegde, waardoor het niet viel onder artikel 126ee Sv en de inzet rechtmatig was.
De verdediging voerde aan dat de inzet van het technisch middel onrechtmatig was en dat het huisrecht was geschonden, maar het hof verwierp deze verweren. De machtiging tot binnentreden was rechtmatig gegeven op grond van verdenking van witwassen, mede ondersteund door de sms-melding van de actieve geldtelmachine in de woning.
Het hof achtte bewezen dat de verdachte het geldbedrag van €34.600,- had voorhanden gehad terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het afkomstig was uit enig misdrijf. De verklaringen van verdachte over de herkomst van het geld waren onvoldoende concreet en verifieerbaar. Gezien het tijdsverloop en het feit dat verdachte sindsdien niet meer met justitie in aanraking was geweest, legde het hof een taakstraf van 120 uur op, subsidiair 60 dagen hechtenis. Tevens werden de in beslag genomen geldbedragen verbeurd verklaard.