Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 2 juli 2021, waarmee Milano in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 28 april 2021;
- de memorie van grieven, tevens houdende wijziging van eis, van Milano, met bijlagen;
- de memorie van antwoord in principaal appel, tevens memorie van grieven in incidenteel appel, tevens houdende eiswijziging van [verweerder] , met bijlagen;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel van Milano, met bijlagen;
- de bijlagen 22 en 23 die Milano ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Beoordeling in hoger beroep
Afspraken over de studiekosten geldig?
6.Beslissing
- vernietigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 28 april 2021 in conventie voor wat betreft 6.4. van dit vonnis en in zoverre opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt [verweerder] tot betaling aan Milano van € 11.581,97 vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 23 september 2019 tot aan de dag van voldoening en wijst af het meer of anders gevorderde;
- bekrachtigt het vonnis in conventie en in reconventie voor het overige;
- compenseert de kosten tussen partijen in principaal hoger beroep, zodat iedere partij de eigen kosten moet dragen;
- veroordeelt [verweerder] in de kosten van Milano in incidenteel hoger beroep, welke kosten worden begroot op € 1.183,00 aan salaris voor de advocaat vermeerderd met rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro indien [verweerder] dit bedrag niet binnen veertien dagen na de betekening van dit arrest heeft voldaan vanaf veertien dagen na die betekening tot aan de dag van de voldoening.