Uitspraak
Uitspraak van 1 juni 2023
[X]te [Z] , [X] , tegen de onder 1.1 vermelde uitspraak.
Gerechtshof Den Haag
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft [X] verzet aangetekend tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 15 december 2022, waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van een geldige volmacht. [X] had een machtiging overgelegd die door de volmachtgever was ingetrokken.
De volmachtgever, via haar zoon, heeft expliciet verklaard dat zij de gemachtigde [X] niet wenst te behouden en het hoger beroep wenst in te trekken. Het hof heeft dit opgevat als een herroeping van de volmacht, die volgens het Burgerlijk Wetboek geen terugwerkende kracht heeft maar wel de bevoegdheid van [X] om op te treden beëindigt.
Het hof oordeelt dat [X] door de intrekking niet langer bevoegd is om de volmachtgever te vertegenwoordigen en verklaart het verzet daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 1 juni 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzet van [X] wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van de volmacht door de volmachtgever.