Uitspraak
Uitspraak van 1 juni 2023
[X]te [Z] , [X] , tegen de onder 1.1 vermelde uitspraak.
Gerechtshof Den Haag
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft [X] hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag, waarbij hij een volmacht overlegde van 2019. De Belastingdienst maakte echter bezwaar tegen zijn gemachtigde status en stelde voor hem als gemachtigde te weigeren. De volmachtgever verklaarde vervolgens dat [X] nooit gemachtigd was en het hoger beroep introk.
Het Hof heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige volmacht, omdat de volmachtgever de volmacht had herroepen en het hoger beroep niet wilde voortzetten. [X] tekende verzet aan tegen deze beslissing en voerde aan dat hij nog steeds gemachtigde was en dat de intrekking hem niet had bereikt.
Het Hof oordeelde dat de volmacht rechtsgeldig was herroepen, dat de kennisgeving aan [X] had plaatsgevonden en dat hij daardoor niet langer bevoegd was om op te treden. Het verzet werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzet van [X] wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige volmacht.