Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 15 augustus 2023
ASTARTE B.V.,
NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ
[geïntimeerde 2],
ZICHT B.V.,
Het verdere verloop van de procedures
Verdere beoordeling van het hoger beroep in de zaak tegen NN
Is de brandschade aan de handelsvoorraad gedekt onder de rubriek Casco van de garageverzekering?
“Voorwaarden Garageverzekering rubriek CASCO
Artikel 2 Omvang Pro van de dekking(…)2.2 Verzekerde risico’sDeze verzekering dekt de verzekeringnemer voor schade aan of verlies van het motorrijtuig of delen daarvan, veroorzaakt door:- de hierna onder a tot en met k genoemde gebeurtenissen (…)a. brand, blikseminslag, ontploffing of kortsluiting(…)
De maatschappij is geen vergoeding verschuldigd:(…)4.9 voor schade door brand, blikseminslag, ontploffing en kortsluiting aan motorrijtuigen bestemd voor de verkoop voor zover die motorrijtuigen zich bevinden in een gebouw of op een terrein van of in gebruik bij de verzekeringnemer.
(…)”
“CASCO HANDELSVOORRAADHET BEPAALDE IN ARTIKEL 2 (…) IS ALLEEN VAN TOEPASSING VOOR MOTORRIJTUIGEN BESTEMD VOOR DE VERKOOP EN ZICH BEVINDEN IN EEN GEBOUW OF OP HET TERREIN VAN VERZEKERINGNEMER EN INDIEN ER GEREDEN WORDT MET HET HANDELAARSKENTEKEN DIE OP NAAM STAAT VAN DE VERZEKERINGNEMER.”Uit deze clausule volgt dat de door Astarte geleden brandschade aan haar handelsvoorraad onder artikel 2 van Pro de rubriek Casco van de garageverzekering, waarin uitdrukkelijk het brandrisico is vermeld, is gedekt. Deze clausule is strijdig met artikel 4.9. De clausule op het polisblad gaat voor op artikel 4.9 van de polisvoorwaarden;
Ad b)Het hof zal eerst beoordelen of de garageverzekering in beginsel dekking biedt voor schade door brand aan de handelsvoorraad van Astarte. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend, en motiveert dit oordeel als volgt.
in zijn geheelschade aan haar handelsvoorraad als gevolg van brand in het gebouw/op het terrein van Astarte betreft. Astarte heeft eerder in deze procedure niet concreet en gemotiveerd gesteld dat en waarom haar schade (ook) gedekt was onder de garageverzekering, integendeel. Uit de stukken kan redelijkerwijs niet anders worden afgeleid dan dat Astarte zich er in deze procedure steeds van bewust is geweest dat de garageverzekering slechts een beperkte dekking bood en dat de discussie tussen partijen met name zag op de eventuele dekking van de schade onder de (uitgebreide) ZCB-polis. Het hof wijst op de conclusie na enquête van Astarte in eerste aanleg onder punt 12, en de memorie van grieven onder punt 97, waarin Astarte zelf stelt dat het aanvraagformulier van de garageverzekering materieel minder relevant is omdat de gevorderde schade ziet op de uitkering die NN zou hebben te doen uit hoofde van de ZCB-polis. Dat NN dit ook zo heeft begrepen blijkt uit haar memorie van antwoord onder punt 1, waarin zij schrijft dat het in deze zaak gaat om de vraag of Astarte recht heeft op een schade-uitkering onder de ZCB-polis. Dat NN thans het verweer voert dat de schade van Astarte aan haar handelsvoorraad als gevolg van brand niet gedekt is onder de garageverzekering, kan voor Astarte dan ook geen verrassing zijn geweest. De opmerking van NN in haar conclusie van antwoord dat, als komt vast te staan dat het beroep van NN op schending van de mededelingsplicht in het geheel niet opgaat, Astarte bij de huidige stand van zaken recht heeft op vergoeding van haar schade “onder de polissen”, heeft Astarte in het licht van het bovenstaande dan ook niet zo mogen begrijpen dat NN hiermee erkende dat de brandschade van Astarte aan haar handelsvoorraad (in haar gebouw of op haar terrein) in elk geval (ook) gedekt was onder de garageverzekering.
Conclusie en proceskosten in de zaak tegen NN
Verdere beoordeling van het hoger beroep in de zaak tegen [geïntimeerde 2] c.s.
Conclusie en proceskosten in de zaak tegen [geïntimeerde 2] c.s.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 20 april 2016;
- veroordeelt Astarte in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van NN bepaald op € 5.213,- aan griffierecht, € 60,- aan getuigentaxen, € 60.590,- aan salaris voor de advocaat (10 punten, tarief VIII) en € 173,- aan nasalaris, te verhogen met € 90,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;
- veroordeelt Astarte in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde 2] c.s. bepaald op € 5.213,- aan griffierecht, € 18.177,- aan salaris voor de advocaat (3 punten, tarief VIII) en € 173,- aan nasalaris , te verhogen met € 90,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;
- bepaalt dat binnen veertien dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 90,-, na de datum van betekening, aan deze kostenveroordelingen moet zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen tot aan de dag der algehele voldoening;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.