Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 4 juni 2021, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 maart 2021;
- het arrest van dit hof van 6 juli 2021, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 29 september 2021;
- de memorie van grieven, met bijlagen;
- de memorie van antwoord;
- de akte houdende eisvermeerdering;
- de akte bezwaar vermeerdering van eis;
- de antwoordakte naar aanleiding van bezwaar vermeerdering eis;
- de pleitnotities voor schriftelijk pleidooi van de zijde van [appellant] ;
- het schriftelijk pleidooi van de zijde van Allianz.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Beoordeling in hoger beroep
6.Beslissing
Het hof:
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 maart 2021;
- veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van Allianz op € 5.610,- aan griffierecht en op € 10.790,- (2,5 punten, tarief VI) aan salaris advocaat, en voor wat betreft de nakosten op € 173,- indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 263,- vermeerderd met de explootkosten indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;
- bepaalt dat de bedragen van € 5.610,- en € 10.790,- binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak en het bedrag van € 173,-- binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak dan wel het bedrag van € 263,-- vermeerderd met explootkosten binnen veertien dagen na de dag van betekening moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;
- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.