Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 18 april 2023
[appellant],
Het geding
De beoordeling van het hoger beroep
bekrachtigd.
Gerechtshof Den Haag
Appellant is bij vonnis van de rechtbank Rotterdam op 25 maart 2021 onder de wettelijke schuldsaneringsregeling gesteld. Deze regeling is op 2 februari 2023 tussentijds beëindigd wegens het niet nakomen van verplichtingen, met name de informatie- en afdrachtverplichting. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze beëindiging.
Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof op 21 maart 2023 werd appellant een laatste kans geboden om de bewindvoerder te informeren over de saldi van zijn bankrekeningen per datum toelating tot de wsnp en een concreet voorstel te doen om de boedelachterstand in te lopen. Appellant overhandigde stukken en deed een voorstel tot betaling van de achterstand.
De bewindvoerder stelde dat appellant onvoldoende inzicht gaf in de herkomst van de betalingen en niet aannemelijk maakte dat hij het aflossingsplan kon uitvoeren zonder nieuwe schulden te maken. Het hof oordeelde dat appellant zijn verplichtingen niet naar behoren is nagekomen en dat het voorstel niet realistisch was.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank Rotterdam bekrachtigd en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling gehandhaafd. Het hof benadrukte dat schenkingen niet mogen worden gebruikt om de boedelachterstand in te lopen en dat het ontstaan van nieuwe schulden een grond voor beëindiging is.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen.