ECLI:NL:GHDHA:2023:224
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- I. Reijngoud
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- T.A. de Hek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over geen bron van inkomen voor schoenmaker in 2016
Belanghebbende, een schoenmaker met een eenmanszaak sinds 2006, voerde jarenlang negatieve resultaten uit zijn onderneming. Voor het jaar 2016 wilde hij het negatieve resultaat als resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking nemen. De rechtbank oordeelde dat er geen objectieve voordeelsverwachting was, een vereiste voor het erkennen van een bron van inkomen. Belanghebbende stelde dat hij in 2016 zijn activiteiten had uitgebreid, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
De rechtbank wees ook het beroep op het vertrouwensbeginsel af, omdat de inspecteur het vertrouwen per 23 november 2015 had opgezegd. De belastingrente werd terecht in rekening gebracht. De rechtbank kende belanghebbende een vergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsfase.
In hoger beroep bevestigde het hof het oordeel van de rechtbank. Het hof benadrukte dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat in 2016 een objectieve verwachting bestond dat de onderneming winstgevend zou worden. Ook het leerwerktraject werd niet als zelfstandige bron van inkomen erkend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.