ECLI:NL:GHDHA:2023:2550
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na bezwaar en beroep tegen te hoge waardebepaling
Belanghebbende is eigenaar van een woning in Alphen aan den Rijn waarvan de WOZ-waarde voor 2021 door de Heffingsambtenaar is vastgesteld op €514.000. Na afwijzing van het bezwaar door de Heffingsambtenaar en het ongegrond verklaren van het beroep door de Rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen deze besluiten.
De Heffingsambtenaar onderbouwde de waardebepaling met een taxatierapport en een waardematrix waarin vergelijkingsobjecten met de woning werden vergeleken. Belanghebbende leverde een eigen taxatierapport aan met een lagere waarde van €412.000, maar kon niet aannemelijk maken dat de gebruikte vergelijkingsobjecten onjuist waren of dat de waardering onjuist was.
Het Hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan. De stukken waren tijdig ter inzage gelegd en de gevraagde informatie verstrekt. De vrijstelling voor waterverdedigingswerken was correct toegepast en de inhoudsmaten waren betrouwbaar vastgesteld volgens de NEN-2580 norm. Het verzoek om aanvullende stukken zoals bouwtekeningen en iWOZ-rapporten werd afgewezen omdat deze niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoren.
Het Hof concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de WOZ-waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.