ECLI:NL:GHDHA:2023:2636
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep tegen te hoge waardering
Belanghebbende is eigenaar van een rijwoning uit 2009 en betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van €451.000 voor het jaar 2021. De heffingsambtenaar stelde de waarde vast via een systematische vergelijking met vergelijkbare woningen, waarbij ook een bedrag voor een dakterras werd meegeteld.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede omdat de vergelijkingsobjecten goed vergelijkbaar zijn en de waardering van het dakterras terecht is meegenomen, ook al heeft belanghebbende geen dakterras.
Het hoger beroep richtte zich vooral op de vraag of de afwezigheid van een dakterras aan de achterzijde van de woning een waardevermindering rechtvaardigt. Het hof concludeerde dat de gebruikte methode en vergelijkingsobjecten passend zijn en dat de waarde van de woning in overeenstemming is met het wettelijk waardebegrip. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning blijft vastgesteld op €451.000.