ECLI:NL:GHDHA:2023:283
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- P.M.A.J. Bollen
- J.A. van Kempen
- J.B. Backhuijs
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep op partner- en kinderalimentatie en verdeling woning na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd in 1997 en hebben twee kinderen, waaronder een minderjarige geboren in 2006. De rechtbank Rotterdam sprak op 9 december 2021 de echtscheiding uit, kende partneralimentatie toe aan de vrouw en bepaalde de verdeling van de woning en vergoedingsvorderingen. De man kwam in hoger beroep tegen deze beschikking, met verzoeken tot kinderalimentatie, wijziging partneralimentatie, wijziging eigendomsverhouding woning en bijdrage in lasten.
Het hof oordeelt dat het verzoek tot kinderalimentatie in hoger beroep kan worden gedaan, maar wijst het af vanwege onvoldoende onderbouwing van de financiële situatie van de man, waardoor behoefte en draagkracht niet vastgesteld kunnen worden. De partneralimentatie wordt bekrachtigd op het niveau van de rechtbank, waarbij het hof rekening houdt met de traditionele rolverdeling tijdens het huwelijk, het geringe inkomen van de vrouw en haar inspanningsverplichting om haar inkomen te vergroten.
Ten aanzien van de woning bevestigt het hof dat partijen een gelijke eigendomsverhouding van 50/50 hebben, ondanks dat de man de hypotheekrente betaalde en de vader van de vrouw een schenking deed. De vergoedingsvordering van de vrouw uit privévermogen wordt erkend. Verzoeken van de man voor een afwijkende eigendomsverhouding en bijdrage in eigenaarslasten worden afgewezen. De aanvullende vergoedingsvorderingen van de vrouw worden eveneens afgewezen wegens onvoldoende bewijs van investering in de woning.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Rotterdam en wijst het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Rotterdam en wijst het meer of anders verzochte af.