Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 6 januari 2022, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 6 oktober 2021 (hierna ook: het bestreden vonnis);
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
7.Beslissing
- bekrachtigt het bestreden vonnis;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot tot op heden op € 2.709, en op € 173 aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 90 indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente (artikel 6:119 BW Pro) vanaf 14 dagen na de datum van dit arrest, respectievelijk, wat het bedrag van € 90 betreft, na de betekening;
- verklaart dit arrest wat deze kostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.