Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.B.G. Freight Line B.V.,
1.Marlow Navigation Netherlands B.V.,
1.International Transport Workers' Federation,
1.De zaak in het kort
2.Het procesverloop in het incident
- de dagvaarding van 5 oktober 2022, waarmee Marlow c.s. in hoger beroep zijn gekomen van het bestreden vonnis;
- de memorie van grieven van Marlow c.s., met bijlagen;
- de ‘incidentele memorie tot tussenkomst (naast voeging aan de zijde van appellanten), tevens houdende memorie ten gronde’ van de Charterers, met bijlagen;
- de ‘incidentele memorie houdende verweer tegen verzoek tot tussenkomst’ van Marlow c.s.;
- de conclusie van antwoord in het incident tot tussenkomst ex art. 217 Rv Pro van ITF c.s.
3.De feiten waarvan in het incident wordt uitgegaan
4.De procedure bij de rechtbank
5.De vordering in het incident
6.De beoordeling van het incident
7.De beslissing
- staat de Charterers toe in de hoofdzaak tussen te komen;
- houdt de beslissing over de kosten in het incident aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak 200.317.472/01
- verwijst de zaak naar de rol van 6 juni 2023 voor het nemen van een memorie van antwoord door ITF c.s. op de memorie van grieven van Marlow c.s. en tevens op de vorderingen van de Charterers;
- bepaalt dat rolvoeging zal plaatsvinden van deze zaak met de zaak aanhangig onder zaaknummer 200.317.474/01, en verstaat dat ITF c.s. in die zaak, gelijktijdig met de onderhavige zaak, een memorie van antwoord zal nemen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.