ECLI:NL:GHDHA:2023:940
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na systematische vergelijking met vergelijkingsobjecten
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1998 met een inhoud van circa 685 m3 en een perceel van ongeveer 484 m2. De Heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2019 vast op €620.000, gebaseerd op een waarderapport en een matrix met vergelijkingsobjecten uit dezelfde regio.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de beschikking en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting, waarna de Rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. Het hoger beroep richt zich op de vraag of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. Belanghebbende stelt dat de eigen aankoopprijs en diverse waardeverminderende factoren onvoldoende zijn meegewogen.
Het Hof oordeelt dat de Heffingsambtenaar de waarde op juiste wijze heeft bepaald via systematische vergelijking met voldoende vergelijkbare woningen, waarbij rekening is gehouden met verschillen in bouwjaar, inhoud, ligging en kwaliteit. De eigen aankoopprijs is niet bruikbaar omdat de woning binnen de familie en in bewoonde staat is overgedragen. Ook de stellingen over stankoverlast, inkijk en verkeersdrukte zijn onvoldoende onderbouwd.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €620.000 bevestigd.