Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 18 januari 2024
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Beoordeling van het geschil
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende was houder van een Volvo S80 waarvan het kenteken tijdelijk was geschorst van februari 2015 tot februari 2016. Over de periode daarna werden naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting opgelegd. Belanghebbende voerde aan dat hij vanwege onjuiste en onvolledige adresregistraties en de veronderstelling dat het kenteken steeds geschorst was, niet aansprakelijk zou zijn.
De Rechtbank had de naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen deels vernietigd en gematigd, maar het beroep tegen de rekening motorrijtuigenbelasting niet-ontvankelijk verklaard. Het Gerechtshof oordeelde dat tegen een rekening geen bezwaar openstaat en dat de houder zelf verantwoordelijk is voor tijdige betaling, ook zonder ontvangst van een rekening.
Verder stelde het Hof vast dat de schorsing tijdelijk is en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het kenteken gedurende de betwiste perioden geschorst was. De naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard. Het Hof zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslagen en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.