ECLI:NL:GHDHA:2024:1622
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling na afwijzing rechtbank wegens onvoldoende samenwerking
Appellant heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van €28.113,26. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de verplichtingen uit de regeling zou nakomen, mede door slechte samenwerking met schuldhulpverlening en het ontbreken van sollicitatie-inspanningen.
In hoger beroep heeft appellant zijn situatie toegelicht en nieuwe sollicitaties overgelegd. Hij verklaarde bereid te zijn zich aan de verplichtingen te houden en een nieuw arbeidsongeschiktheidsonderzoek bij het UWV aan te vragen. Tevens toonde hij zich nu bereid om onder beschermingsbewind te gaan.
Het hof oordeelt dat appellant voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich zal inspannen om aan de verplichtingen te voldoen. Ook wordt de hardheidsclausule toegepast vanwege de omstandigheden waaronder de schulden zijn ontstaan. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en wijst de schuldsaneringsregeling toe, met verwijzing naar de rechtbank voor uitvoering.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de schuldsaneringsregeling toe aan appellant.