Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 26 juni 2024
[X] B.V., te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
- verklaart de beroepen met zaaknummers SGR 21/5253, […], […], SGR 22/8065, SGR 22/8068, SGR 22/8069, SGR 22/8070, SGR 22/8071, SGR 22/8072 en SGR 22/8073 ongegrond;
- verklaart de beroepen met zaaknummers […], SGR 21/5252 (auto 2) [en] SGR 22/8067 (auto 7) […] gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover betrekking hebbende op auto’s […] 2 [en] 7, […];
- draagt verweerder op de verschuldigde Bpm van auto’s […] 2 [en] 7, […] vast te stellen overeenkomstig hetgeen partijen zijn overeengekomen zoals opgenomen in overweging 10;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade aan eiseres tot een bedrag van
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.138,50;
- draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht van in totaal € 360 aan haar te vergoeden.
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Prejudiciële vragen
Omschrijving geschil en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
De belastingplichtige die stelt dat in zijn geval artikel 110 VWEU Pro is geschonden als gevolg van toepassing van de transitieregeling, moet aannemelijk maken (i) dat de desbetreffende, te registreren buitenlandse personenauto in een andere lidstaat in de periode 1 september 2018 tot 1 september 2019 voor het eerst is toegelaten tot het verkeer op de weg, en (ii) dat in Nederland in diezelfde periode ten minste één gelijksoortige personenauto (dat wil zeggen: van hetzelfde merk en model, zoals hiervoor omschreven, als die buitenlandse personenauto) in nieuwe staat is geregistreerd.