ECLI:NL:GHDHA:2024:1653
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag bpm ondanks geschil over waardevermindering door schade
Belanghebbende heeft een naheffingsaanslag bpm ontvangen van € 11.122 naar aanleiding van de registratie van een Jeep Wrangler met een vastgestelde handelsinkoopwaarde en waardevermindering wegens schade. De Inspecteur handhaafde de naheffingsaanslag na bezwaar. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de Staat tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de handelsinkoopwaarde te hoog was vastgesteld en dat de waardevermindering wegens schade hoger moest zijn dan door de Inspecteur aangenomen. Tevens werd een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel. Het Hof oordeelde dat de factuur van aankoop een onbruikbare auto betrof en dat de waardevermindering niet aannemelijk was gemaakt, mede omdat de schadecalculatie was gebaseerd op een ander, duurder automerk.
Het Hof verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat de Inspecteur geen expliciete toezegging had gedaan en de schadebedragen slechts als gegevens in de berekening waren gebruikt. De herberekening door DRZ werd als deskundig en betrouwbaar beschouwd. De stellingen van belanghebbende over te lage schadeberekening werden onvoldoende onderbouwd.
Het Hof concludeerde dat de naheffingsaanslag eerder te laag dan te hoog was en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd bevestigd en de mogelijkheid tot cassatie werd toegelicht.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag bpm en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.