In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) en een opgelegde vergrijpboete aan belanghebbende, handelaar in Alfa Romeo voertuigen. De rechtbank had het beroep tegen de naheffingsaanslag niet-ontvankelijk verklaard, maar het beroep tegen de boetebeschikking gegrond verklaard en de boete vernietigd.
Het hof oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen de naheffingsaanslag niet-ontvankelijk heeft verklaard, aangezien belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat het beroepschrift tijdig is verzonden. Het beroep tegen de boetebeschikking is terecht ontvankelijk verklaard. De inspecteur stelde incidenteel hoger beroep in, maar dit werd ongegrond verklaard.
Het hof stelt vast dat de taxateur van Domeinen Roerende Zaken deskundig en onafhankelijk is en dat de auto geen schade heeft behalve normale gebruikssporen. Belanghebbende heeft onvoldoende bewijs geleverd voor waardevermindering door schade. De naheffingsaanslag wordt daarom verminderd tot € 1.366 op basis van artikel 16a Wet BPM.
Ten aanzien van de vergrijpboete oordeelt het hof dat de inspecteur niet aan zijn bewijslast heeft voldaan om opzet aan te tonen. Belanghebbende mocht vertrouwen op het taxatierapport van een erkende deskundige. De boetebeschikking blijft daarom vernietigd. Het hof veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende in hoger beroep.