ECLI:NL:GHDHA:2024:1801
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- L.D.M.A. Reijs
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- S.E. Postema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste verrekening voorlopige aanslagen en definitieve aanslag inkomstenbelasting 2020
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2020. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Den Haag.
De kern van het geschil betrof de juistheid van de verrekening van twee voorlopige aanslagen met de definitieve aanslag. Belanghebbende stelde dat het bedrag van de eerste voorlopige aanslag niet overeenkwam met het daadwerkelijk ontvangen bedrag, waardoor de tweede voorlopige aanslag en definitieve aanslag onjuist zouden zijn.
Het Hof oordeelde dat de belastingrechter alleen bevoegd is over de vaststelling van de aanslag, terwijl geschillen over betaling en verrekening onder de civiele rechter vallen. De voorlopige en definitieve aanslagen waren conform de ingediende aangifte opgelegd en correct verrekend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de definitieve aanslag IB/PVV 2020 correct is vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.